Solidarisme.be

twitter 64x64rss 64x64facebook 64x64

Home Blog Artikels De nieuwe Black Panthers?

Tuesday17 October 2017

Sunday, 12 August 2012 18:38

De nieuwe Black Panthers?

Written by 

De Olympische Spelen zijn altijd al een dankbaar platform voor politieke acties geweest. Of het nu gaat om de Black Panther-groet op de olympiade van 1968 in Mexico-Stad, de gijzeling door Zwarte September op die van 1972 in München of de boycot van die van 1980 in Moskou.

Toch zijn het niet noodzakelijk de spectaculairste statements die de grootste politieke of ideologische invloed hebben. De grootste invloed gaat immers niet zozeer uit van wat het meest in het oog springt, maar veeleer van wat verborgen blijft en vanzelfsprekend is. Of om Carl Schmitt te parafraseren: wat “apolitiek” en “neutraal” lijkt, is eigenlijk het resultaat van hyperpolitiek en dat wil in dit geval zeggen: een alleenheersende neoliberale ideologie en dito wereldbeeld.

De Olympische Spelen zijn zoals de rest van de gecommercialiseerde beroepssport verworden tot een decadent neoliberaal festijn. Een festijn dat de belastingbetaler handenvol geld kost (zie de financiële kater van Athene 2004) en de middenstand niets opbrengt (in tegenstelling tot de grote multinationale sponsors), integendeel zelfs.*

Beroepssport

Hoewel de vader van de moderne Olympische Spelen dan wel een Fransman is (nl. Pierre de Coubertin), is de ontwikkeling en de verbreiding van de beroepssport historisch gezien een door en door Brits en, bij uitbreiding, Angelsaksisch verschijnsel. Zo staat te lezen onder het lemma Ramsay Muir in Wereldorde en machtspolitiek (1992) van de Nederlandse politicoloog Kees van der Pijl (p. 61):

In 1920 schreef hij Liberalism and Industry. Towards a Better Social Order. De wereld was volgens Muir op weg naar eenwording, waarbij sport en andere ‘uiterlijke’ zaken zich vanuit Groot-Brittannië over de wereld verbreidden. […] Ook Muirs idealisering van het Britse stelsel droeg het stempel van Locke: nadruk op individualisme, voorkeur voor burgerlijk recht boven staatsrecht. Dat de Centralen in de oorlog het onderspit zouden delven tegen het expanderende moderne liberalisme, aldus Muir in 1916, kwam ‘omdat deze machten proberen de hoofdstroom van de beschaving tegen te houden.’ […] Zijn visie op een vreedzame wereld legde Muir neer in The Interdependent World and Its Problems van 1933.

Het centrum van de westerse macht heeft zich na twee (imperialistische) wereldoorlogen verplaatst. Het is niet langer Brits (of Frans). Het Britse Rijk van weleer is uitgegroeid tot een post-Brits, Amerikaans en Europees-Atlantisch wereldrijk, wat gerust letterlijk mag worden genomen gezien de militaire aanwezigheid van de VS in meer dan 150 landen van de wereld.

Ook de ontstaansgeschiedenis van de Volkenbond, de Verenigde Naties en de instellingen van Bretton Woods begint bij het Britse imperialisme, zoals Van der Pijl goed gedocumenteerd heeft. Cecil Rhodes, Alfred Milner en Lionel Curtis, de historische boegbeelden van dat imperialisme (en racisme), kunnen zonder overdrijven als geestelijke vaders en architecten van de hedendaagse internationale gemeenschap worden beschouwd. Discreet achter hen stonden Joodse financiers als Alfred Beit en de familie Rothschild.

Het Britse, Angelsaksische imperialisme zou zich later geleidelijk aan ontpoppen tot liberaal-internationalisme om zichzelf te handhaven na het verlies zijn (formele) koloniën. Het liberaal-internationalisme is dus imperialisme met een menselijk(er) gelaat.

Global society

Maar welke rol speelt de moderne sportopvatting nu in dit alles? Welnu, sport is – zoals Muir al aangaf – reeds zolang als het Angelsaksische imperialisme bestaat een instrument van metapolitieke en culturele beïnvloeding (soft power). De Commonwealth Games, die tot op vandaag bestaan, getuigen daar onder meer nog van. Met andere woorden, sport is een middel om (oud-)koloniën in een soort gemeenschappelijke, wereldomspannende beschaving duurzaam aan zich te binden. In de Engelse school van de internationale betrekkingen heet dat een onderdeel van de global society of world society.

Wat voor de Commonwealth Games geldt, geldt natuurlijk des te meer voor de Olympische Spelen. Het ogenschijnlijk “apolitieke” en “neutrale” karakter van die Spelen is (opnieuw) het resultaat van een hyperpolitiek proces. Het feit dat bonzen van de Olympische Comités zich dezer dagen het recht toe-eigenen om de sportsters Nadja Drygalla en Voula Papachristou uit te sluiten op basis van onwelgevallige politieke associaties toont nog maar eens aan hoezeer sport wel degelijk gepolitiseerd is.

Pseudo-rites

Het Olympische Handvest spreekt nogal hoogdravend over universal fundamental ethical principles(er is blijkbaar geen Nederlandse vertaling voorhanden). Wie die woorden echter ernstig neemt (d.w.z. ontologisch en niet louter retorisch), kan niet anders dan in de Spelen een van de vele moderne pseudo-rites (Guénon) zien, een surrogaat voor werkelijk universele (niet: universalistische of globalistische) en fundamentele religieuze tradities, die wortelen in een objectief en metafysisch wereldbeeld. René Guénon in Le Règne de la Quantité (p. 194):

Si l’on voulait citer ici des exemples pris parmi les manifestations diverses de l’esprit moderne, on n’aurait assurément que l’embarras du choix, depuis les pseudo-rites « civiques » et « laïques » qui ont pris tant d’extension partout en ces dernières années, et qui visent à fournir à la « masse » un substitut purement humain des vrais rites religieux [...] Il y a lieu d'ajouter que cette « organisation des loisirs » fait partie intégrante des efforts faits, comme nous l'avons signalé plus haut, pour obliger les hommes à vivre « en commun » le plus possible.

Kortom, de moderne Olympische Spelen zijn dure kitsch en een slechte historische vervalsing met een pedagogisch (of hyperpolitiek) opzet (cf. “Blending sport with culture and education). Het echte doel is natuurlijk opvoeding tot wereldburgerschap (cf. The goal of Olympism is to place sport at the service of the harmonious development of humankind, with a view to promoting a peaceful society concerned with the preservation of human dignity), maar dan wel een uiterst oppervlakkig wereldburgerschap, dat niet getuigt van heel veel Weltoffenheit (bah een Duits woord!). Olympisme kan immers net zo goed worden geschrapt en vervangen door occidentalisme, globalisme, modernisme of liberalisme.

Al dat retorische geweld van het Olympische Handvest legt nog een andere zwakte bloot: de “identiteit” van het postblanke en post-christelijke liberale Westen is (helaas) iets vluchtigs en ongrijpbaars geworden, temeer daar ze uit de sinistere koker komt van de nieuwe transnationale super-elite. De Olympische Spelen zijn niets anders dan een vierjaarlijkse hoogmis en een vlaggenschip van die elite. Hoeft het dan nog gezegd dat dié westerse identiteit het niet waard is om verdedigd te worden? (Westerse waarden – welke? Aanpassing – maar waaraan? Inburgering – maar waarin? Tegen passieve, maar voor actieve migratie? Het Westen van Nietzsches Laatste Mens?).

Etnocentrisch kosmopolitisme

Wie is de grootste dwaas: de navelstaarder die zich bewust is van het feit dat hij “onder de kerktoren” leeft of de navelstaarder die heel de wereld als zijn eigen dorp beschouwt? Toch wordt de ene afgedaan als etnocentrist en de andere opgehemeld tot kosmopoliet. Geef toe, het is nogal gemakkelijk om jezelf “wereldburger” te noemen als heel de wereld zich moet aanpassen aan je eigen wereldbeeld en zelfs je eigen taal spreekt. Zo is het gemakkelijk om als pakweg Amerikaan de wereldreiziger uit te hangen, als je overal in het Engels te woord wordt gestaan. Van Afghanistan tot Irak en van Duitsland tot Japan. Of dichter bij huis: om als Franstalige belgicist te zijn, als al die zogenaamd domme en in zichzelf gekeerde Vlamingen je van Knokke tot De Panne in het Frans kunnen bedienen.

En als bijvoorbeeld de Slavische volkeren, de Chinezen of de Arabieren dit impliciete racisme en deze arrogantie van het Westen niet zomaar pikken, dan worden zij door de westerse media vol onbegrip en afgrijzen bij de (halve) schurkenstaten en de herop te voeden volkeren geklasseerd. De grote “pedagoog” George Soros is maar een van de vele zogenaamde filantropen, vrienden van de mensheid (naar eigen evenbeeld), die daar maar al te graag op ingaan. En, indien nodig, kan er altijd ook een pedagogische tik gegeven worden in de vorm van een militaire interventie. Zeg dan niet meer Big Stick, maar gewoon Love Bombs of NATO (“Noord-Atlantische Terroristische Organisatie”). Wie de mensheid lief heeft, spaart ook de humanitaire interventies niet ... Opnieuw Guénon, ditmaal in La Crise du monde moderne (p. 160):

C'est au nom de leur « supériorité » que ces « égalitaires » veulent imposer leur civilisation au reste du monde, et qu'ils vont porter le trouble chez des gens qui ne leur demandaient rien, et, comme cette « supériorité » n'existe qu'au point de vue matériel, il est tout naturel qu'elle s'impose par les moyens les plus brutaux.

Ironisch genoeg zijn de Olympische Spelen voor de meeste niet-westerse landen een hoogmis van patriottisme en veel minder dan in het Westen een individuele en commerciële aangelegenheid. Sport is staatszaak! Een gelegenheid dus om zich eens sportief af te zetten tegenover dat Westen, waar ze voor de rest – op zijn zachtst gezegd – met gemengde gevoelens tegenaan kijken. Politieke recuperatie à volonté dus.

Antiracistisch racisme

Alvorens af te ronden nog een laatste beschouwing over de Olympische Spelen, metafoor van de globalisering en het globalisme. Om te weten wat nu eigenlijk het wereldbeeld is dat achter de Olympische Spelen schuilgaat, moet het begrip racisme eindelijk eens behoorlijk gedefinieerd worden. Speciaal voor de zelfverklaarde wereldburgers, de sportbonzen en alle navelstaarders die zichzelf – letterlijk en figuurlijk – de navel van de wereld vinden. Zij vinden zichzelf stuk voor stuk heel kosmopolitisch vinden en vermoeden in de verste verten niet hoezeer ze wel “racistisch” zijn. Ze mogen misschien veel geld en progressieve ideeën hebben, maar ze blijven niettemin domme en bekrompen navelstaarders.

Een antwoord op die vraag vonden we bij gebruiker Nestor Burma op Politics.be en het helpt ook om de verschuiving in het denken van onze elites beter te begrijpen. Het vraagstuk luidt als volgt: hoe kunnen elites die nog geen halve eeuw geleden zélf kolonialisme en segregatie als model verkondigden thans geloofwaardig het multiculturalisme aanhangen? In het bijzonder dan de Franse, de Engelse en de Amerikaanse, namelijk de (neo)koloniale grootmachten van weleer.

Wat is [...] racisme? Eerder een afwijking die men bij imperialisten ziet, dan bij de zogenaamde racisten (die gewoon ras als een antropologisch feit aanvaarden).

Het is heel simpel: met “racisme” wordt vandaag altijd (impliciet) verticaal [hiërarchisch] racisme verondersteld, waarbij men “rassen” (door de imperialisten onderworpen en tegenwoordig ingevoerde vreemde volkeren) op een schaal van hoog naar laag (of van laag naar hoog) plaatst. Zoiets dwaas werd door ernstige Duitse rassenkundigen als L.F. Clauss of H.F.K. Günther onmogelijk genoemd (Kant oblige).

[Cf. L.F. Clauss: „Jede Rasse stellt in sich selbst einen Höchstwert dar. Jede Rasse trägt ihre Wertordnung und ihren Wertmaßstab in sich selbst und darf nicht mit dem Maßstab irgendeiner anderen Rasse gemessen werden“ – „Vielleicht kennt Gott eine Rangordnung der Rassen, wir nicht“ – „Für die Wissenschaft gibt es keine minderwertigen Rassen“]

Het verticale [hiërarchische] racisme is een uitwas van het Verlichtingsdenken en het later ideologisch daarop geënte kolonialisme (mission civilisatrice, white man‘s burden).
De bedoeling was (en is) om “onder-ontwikkelden”, “achterlijken” en “wilden” de (blanke) beschaving bij te brengen. René Guénon merkt in Orient et Occident (terecht) op dat het begrip (moderne) beschaving (civilisation) zijn intrede in de Franse taal heeft gedaan tegen de achtergrond van die ideeën en met diezelfde (eendimensionale) inhoud. Er zijn geen andere, gelijkwaardige beschavingen voor de (verticale) racist; de mensheid heeft maar één beschaving: de blanke (die de meest geavanceerde wordt geacht). Alle andere beschavingen zijn slechts (mindere) “ontwikkelingsfasen” van die ene blanke, eurocentrische, moderne beschaving (men noemt de niet-westerse landen niet voor niets nog altijd ontwikkelingslanden). En aangezien ze slechts fasen zijn van een en hetzelfde proces, zouden ze ooit (onvermijdelijk) tot de blanke beschaving moeten toetreden en op gelijke hoogte ermee moeten komen (dat heet evolutie, vooruitgang).

Het hedendaagse antiracisme komt paradoxaal genoeg voort uit dat verticale racisme: het ontkent “ras” en de (eigen) waardigheid van andere rassen (beschavingen e.d.), omdat het de neokoloniale wereld- en maatschappijverhoudingen van de nieuwe (westerse) wereldorde wil maskeren. Het kolonialisme en imperialisme hebben nu het masker van het multiculturalisme en antiracisme opgezet om hun wereldmaatschappij vorm te geven. De “liefde” voor moslims of zwarten wordt bij het burgerlijk-linkse voetvolk van de imperialisten niet ingegeven door liefde voor het “anders-zijn” van die laatsten, maar vanuit een paternalistische bekeringsdrang, namelijk dezelfde mission civilisatrice en hetzelfde racisme als bij de kolonisten en missionarissen van weleer. Wat is de roep om “integratie” of “assimilatie” anders dan dat? Voor mij hoeft niemand te integreren. In wat trouwens? Er is geen (publieke) religie of cultuur meer in het Westen. Het Westen is gewoon een integratiemachine geworden, een soort zwart gat of een papierversnipperaar voor de échte verscheidenheid in de wereld.

Wat tegenwoordig “racisme” genoemd wordt, is in feite een horizontaal “racisme” (of racialisme) dat uitgaat van het recht op verscheidenheid (diversiteit) waarin ras in feite minder belangrijk is dan cultuur en etniciteit. De zogenaamde racisten zijn gewoon mensen die ras als een antropologisch gegeven zien en niet als een “sociale constructie” (zoals feministen, dwepers met de gender studies en andere dwaalgeesten bijvoorbeeld ook [...] geslacht ontkennen).

Werkelijk elke voorstelling vandaag de dag is vervalst. Een prefab-voorstelling van het “Derde Rijk” en “de nazi's” (twee begrippen die op zich al stammen uit de geallieerde propaganda) moet dienst doen als bliksemafleider voor alles wat misloopt in de wereld en als vergeetpil voor de eigen rol van de democratieën daarin.

Of om het met de woorden van de bekende antropoloog Claude Lévi-Strauss te zeggen:

Le barbare, c’est d’abord l’homme qui croit à la barbarie.

Lévi-Strauss schreef die beroemde woorden in Race et histoire, nadat de Unesco hem in 1952 de opdracht had gegeven om een brochure over racisme te schrijven. Dat oorspronkelijke opzet draaide enigszins anders uit, want Lévy-Strauss maakte er een voor etno-differentialisten (horizontale racisten) bruikbare kritiek van het liberale en progressieve etnocentrisme van. Lévi-Strauss gaat er immers van uit dat beschavingen zich synchroon (gelijktijdig) en niet diachroon (opeenvolgend in de tijd) ontwikkelen, wat overeenkomt met wat hierboven reeds werd gezegd.

Carlos en Smith

Bovenstaande citaten indachtig lijkt het plots niet meer zo eenvoudig om de Black Panthers in het politieke spectrum te plaatsen. Moeten zij gezien worden als zwarte (bevrijdings)nationalisten en separatisten of als egalitaire burgerrechtenactivisten en zogenaamde Bounty’s (zwart vanbuiten, blank vanbinnen)? In elk geval werden John Carlos en Tommie Smith, de twee atleten die in 1968 de Black Panther-groet brachten door het Internationaal Olympisch Comité levenslang van de Spelen gebannen. Er wordt overigens ook gezegd dat de CIA later crack in zwarte wijken is beginnen te verspreiden om de Black Panthers klein te krijgen.

In elk geval kunnen wij volmondig instemmen met de volgende woorden van een (openlijke) zwarte separatist uit de VS, woorden die tegenwoordig nog vaak worden geciteerd door een andere zwarte separatist, Louis Farrakhan. Ze komen echter van de stichter van de Nation of Islam, Elijah Muhammad:

There can be no freedom without a people having their own land.

En laat dat nu net datgene zijn wat burgerrechtenactivisten en andere liberalen NIET willen. Zij willen stuk voor stuk allemaal, of ze het nu halfzacht en verwijfd formuleren zoals leuk-links dan wel luidruchtig en gespierd zoals extreem-rechts, dat de gekleurde medemens uiteindelijk een spreekwoordelijke Bounty wordt. En daarom ook kan een atlete als Kim Gevaert met haar Djeke en kroostrijke, gemengde gezinnetje als een schijnbaar apolitiek icoon gefêteerd worden, terwijl andere atleten ook om familiale of extra-sportieve redenen  een beroepsverbod krijgen.

Papachristou en Drygalla

In vergelijking met Carlos en Smith zijn de atletes Voula Papachristou en Nadja Drygalla dus voor véél minder gebannen. Het enige wat hen politiek kan worden aangewreven is dat ze schuldig zijn door associatie, wat altijd wordt ingeroepen bij gebrek aan redelijke argumenten en typisch is voor een maatschappij waarin elk kritisch denken allang aan banden is gelegd en vervangen door een klimaat van hetze, stemmingmakerij en verklikking. Een “foute” tweet en een discrete, maar eveneens “foute” relatie waren voldoende om gebrandmerkt te worden.

Zouden beide jongedames als kinderen van de jaren '90, opgegroeid met groots opgezette campagnes tegen racisme en fascisme allerhande, er ook maar één seconde aan gedacht hebben de Spelen voor zulke “sulfureuze” doeleinden te gebruiken? Het zou alleszins van nobel gedrag en belangeloze inzet getuigen, als ze zich hadden laten inspireren door de stunt van Carlos en Smith. Maar die kans is klein. Waarschijnlijk beseffen zij maar al te goed hoezeer de lieve democratie repressief van aard is en zelfs elke dag nog wat repressiever wordt.

Misschien voelt de democratie onder al het feestgedruis wel haar eigen gebinte kraken, voelt ze de hete adem van andersdenken in haar nek en reageert ze daarom zo fel. Maar in plaats van zondebokken te zoeken onder hen wier enige misdrijf erin bestaat de hoerastemming van het globalisme en het multiculturalisme niet te delen en zelfs uit sociale betrokkenheid hun medemens (de immigrant inbegrepen) willen waarschuwen voor naderend onheil, zou de lieve democratie beter eens de hand in eigen boezem steken en zich bezinnen over de puinhopen die ze zelf op alle gebieden aanricht.

Pretbedervers

Het feit dat sommige sporters de olympische feestvreugde kunnen bederven en als “ongewenste elementen” verwijderd moeten worden, strekt enkel tot eer voor de genoemden. Politiek is immers geen feest, maar een ernstige zaak. Laat de spelen dus maar aan de hofnarren van dienst; de nationaal-revolutionairen trekken buiten de wacht op!

Noten

*De Morgen (2012, 2 augustus), Olympische crisis: “Ik zou er meer van genieten als de Spelen hier niet waren”; De Standaard (2012, 6 augustus), Spelen veroorzaken economische miserie. Centrum van Londen was zelden zo rustig

N-SA

  • Over Ons
  • Meedoen
  • This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.
  • +32(0)476/39.83.66
  • Inloggen

Info

Web 2.0

Hou het laatste nieuws bij!

RSSFacebookTwitter