N-SA
VB'er wil Polen doen betalen!
Commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen van vrijdag 25 maart 2011
10 Vraag van de heer Tanguy Veys aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen over "de opschorting van een geplande wet die voorziet in de teruggave en compensatie van tijdens de Holocaust in beslaggenomen privé-eigendommen in Polen" (nr. 3639)
10.01 Tanguy Veys (VB): Mijnheer de voorzitter, dit is mijn laatste vraag en ze zal niet zo lang zijn.
De huidige Poolse regering heeft begin maart beslist om een geplande wet op te schorten. Deze wet voorziet in de teruggave en compensatie van vooral Joodse privé-eigendommen, die in beslag werden genomen tijdens de periode 1939/1989, en in het bijzonder tijdens de periode 1939/1945 van de Holocaust. Deze beslissing kwam er omwille van de slechte economische toestand in Polen die de financiering van die wet onmogelijk maakt.
Verschillende Poolse regeringen hebben in het verleden nochtans herhaaldelijk gepleit voor deze teruggave van eigendommen of de vergoeding ervan. De meeste andere EU-landen, waar sprake is van een soortgelijk probleem, hebben al veel langer voorzien in wetten die zorgen van restitutie of compensatie voor in beslag genomen activa.
Dit is niet alleen een kwestie van rechtvaardigheid, maar het is ook van belang voor de Polen zelf. Op die manier komt immers een einde aan een juridische discussie over wie nu al dan niet eigenaar is van bepaalde eigendommen. Tegen deze opschorting werd al geprotesteerd door tal van Poolse en buitenlandse organisaties, maar ook door diverse buitenlandse mogendheden zoals de Verenigde Staten.
Heeft de minister maatregelen genomen om te protesteren bij de Poolse overheid tegen de opschorting van deze geplande wet? Zo ja, welke en met welk resultaat? Zo nee, waarom niet? Heeft de minister maatregelen genomen om op het niveau van de Europese Unie te protesteren tegen de opschorting van deze geplande wet? Zo ja, welke en met welk resultaat? Zo nee, waarom niet?
10.02 Minister Steven Vanackere: Mijnheer de voorzitter, de werkzaamheden van het Pools Parlement aangaande een nieuwe wet die in de schadevergoeding of de restitutie van in beslag genomen eigendommen zou voorzien, zijn opgeschort.
Voornoemde wetgeving zou op de periode 1939 tot 1989 betrekking hebben. Zij zou dus betrekking hebben op feiten die zowel van tijdens de Tweede Wereldoorlog als van tijdens het communistisch regime kunnen dateren.
Volgens onze informatie heeft geen enkele staat via formele, officieel-diplomatieke weg bij de Poolse regering gereageerd tegen de beslissing tot schorsing van de bedoelde, parlementaire werkzaamheden. De meeste landen beschouwen een en ander als een interne Poolse aangelegenheid. Ook België heeft op dit ogenblik niet de intentie om in de bewuste zaak de Poolse regering te interpelleren.
10.03 Tanguy Veys (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord, maar ik wil er niettemin op wijzen dat de staatssecretaris voor holocaustzaken van de Verenigde Staten, Stuart Eisenstadt [Eizenstat, zie De Holocaust-industrie, nvdr], wel degelijk tegen de opschorting van de wet in kwestie heeft geprotesteerd. Zijn protest was ook een officieel standpunt van de Verenigde Staten.
U maakt zich er ter zake dus toch iets te gemakkelijk vanaf, door geen stappen te ondernemen. Ik zou ervoor willen pleiten dat u minstens op het niveau van de Europese Unie erover waakt dat het bewuste dossier wel degelijk wordt aangekaart.
10.04 Minister Steven Vanackere: Mijnheer de voorzitter, ook de fractie van de heer Veys moet eens uitmaken wat naar haar oordeel een regering in lopende zaken wel en niet moet doen. Wanneer zij ervoor kiest kritiek uit te oefenen op de grenzen van lopende zaken, die naar de smaak van hun fractievoorzitter worden overschreden, moet zij indachtig zijn dat zij in voorkomend geval minder gemakkelijk adviezen kan geven aan een regering, om haar aan te sporen bepaalde acties te ondernemen.
De voorzitter: Dat is juist.
Het incident is gesloten.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.12 uur.
Bron: De Kamer
In wiens belang?
De Amerikaanse regering had, direct na het Joodse Wereldcongres, ernstige bezwaren geuit hiertegen. Het antwoord hierop van de Poolse minister van Buitenlandse Zaken, Radoslaw Sikorski, was hierop dat de Amerikaanse bezorgdheid ongepast was en “dat als de Amerikanen iets voor de Poolse joden had willen doen, ze beter Wereldoorlog II hadden uitgekozen als moment”. Andere Europese landen besloten vervolgens om Polen hier niet op aan te spreken aangezien men het beschouwde als een inbreuk op de Poolse nationale soevereiniteit. Een houding die wij als rechtsnationalisten dan ook enkel kunnen onderschrijven.
Het was echter een Vlaams-nationalistisch parlementslid die besloot om de Belgische minister van Buitenlandse Zaken hierover te ondervragen. Tanguy Veys eiste dat minister van Buitenlandse Zaken Steven Vanackere druk zou uitoefenen op de Poolse overheid om de wet toch uit te voeren, de Poolse regering te berispen en druk uit te oefenen via de Europese Unie. Het is ronduit hemeltergend dat een zogezegd Vlaams-nationalistisch parlementslid van een minister, die dan nota bene ook nog eens lid is van een regering van lopende zaken (en dus geen verregaande initiatieven mag nemen), eist dat hij ingrijpt in de binnenlandse zaken van een ander land. Als volksnationalisten dienen wij blijkbaar ook te streven naar een verregaande inmenging van de Europese Unie in de binnenlandse zaken van een lidstaat, een houding die het Vlaams Belang al eerder aannam. Volgens Filip Dewinter was het vervolgens ook niet eens een persoonlijk standpunt van Tanguy Veys, maar perfect in overeenstemming met het partijstandpunt.
Het is ten zeerste ongepast om zich te mengen in de binnenlandse aangelegenheden via de Europese Unie. Zouden Poolse parlementairen zich vragen beginnen stellen over het Vlaamse beleid met betrekking tot de Franstalige minderheden in de Vlaamse Rand, dan zouden radicale Vlaams-nationalisten immers als eerste, en terecht, dit aanklagen. Het is helaas een zoveelste uiting van een pro-zionistische houding. Wij hebben als volksnationalisten absoluut geen positieve houding aan te nemen naar een ideologie, en beweging, die de verdrijving van andere volkeren centraal stelt en dit reeds actief uitgevoerd heeft. Wil men dan toch een standpunt innemen over het conflict in het Nabije Oosten, dan dient men te kijken naar de groepen die het dichtste bij ons staan. En dat zijn de Palestijnse christenen, die nog steeds het zwaarste te lijden hebben onder het ganse conflict.
Het is echter vooral belangrijk dat een parlementslid zijn achterban vertegenwoordigt in het parlement. Wanneer er zulke vragen gesteld worden in de commissies, dan stel ik mij vragen over welke achterban sommige parlementairen wensen te bekomen.
Het volledige document m.b.t. vraag en antwoord kan u hier raadplegen
Bron: RechtsActueel
Begon de Arabische lente met een leugen?
De Tunesische opstand begon toen Mohamed Bouazizi zichzelf in brand stak nadat een politieagente hem had geslagen. Elizabeth Day, journaliste van ‘The Observer Magazine', ging die agente opzoeken. Zij vertelt een heel ander verhaal. In revoluties blijkt de mythe soms krachtiger en bruikbaarder dan de waarheid.
17 december 2010 was niet de beste dag in het leven van de Tunesische marktkramer Mohamed Bouazizi. Het was wel de laatste. De doodbrave Mohamed was die dag met het balorige been uit bed gestapt en posteerde daarom zijn groentekraampje in zijn geboortedorp Sidi Bouzid, in het straatarme binnenland van Tunesië, op het trottoir vlak voor een overheidsgebouw.
Dat mocht niet in het Tunesië van voor de revolutie: marktkramen mochten de publieke ruimte niet ontsieren. Politieagente Fedia Hamdi wees hem daarop en gebood hem op te krassen. Mohamed weigerde en maakte erg veel misbaar. In een mum van tijd was het tweetal omringd door andere marktkramers en nieuwsgierige omstanders.
Er zou een handgemeen zijn ontstaan, waarbij agente Fedia Hamdi Mohamed een klap in het gezicht verkocht. In een patriarchaal Arabisch land als Tunesië is dat de ultieme belediging voor een man, en Mohamed ging door het lint.
Het akkefietje met de politieagente was voor hem de zoveelste onrechtvaardigheid van het totalitaire regime waaronder hij gebukt ging, een regime dat zich op schandelijke wijze verrijkte op de kap van zijn bevolking en die bevolking ook nog eens op schandelijke wijze onder de knoet hield.
Enkele uren na de aanvaring overgoot hij zich met een licht ontvlambaar goedje en stak zichzelf in brand. Een wanhoopsdaad die al snel als de ultieme daad van verzet werd geïnterpreteerd en de daaropvolgende dagen een revolutie uitlokte die naar zowat de hele Arabische wereld is uitgewaaierd.
Mohamed werd het symbool van die revolutie: zijn beeltenis sierde overal in het land het straatbeeld. Martelaar en held geworden, door een klap die hij kreeg van een vrouw. Alleen rijzen er vragen over wat er precies is gebeurd. De klap zou er nooit zijn geweest. Mogelijk stak Mohamed zich per ongeluk in brand. En het Tunesische volk, de familie van Mohamed Bouazizi voorop, doet hard zijn best om zijn nagedachtenis te ontsieren.
De moeder van de martelaar
De Tunesiërs zijn duidelijk niet te beroerd om wat profijt te halen uit hun Jasmijnrevolutie. In de hoofdstad Tunis zie je her en der restaurants met een speciaal ‘Revolutionair Menu', waarbij altijd een fotootje van Mohamed Bouazizi het voorblad siert. Wat zouden ze zich inhouden, de Tunesiërs, als Mohameds eigen moeder hetzelfde doet?
Manoubia Bouazizi geeft toe dat ze munt slaat uit de ongeziene media-aandacht die het martelaarschap van haar zoon haar opleverde. Ze krijgt geregeld geld voor interviews, ze heeft daartoe zelfs een standaardcontractje laten opstellen. Ze heeft ook zo'n tienduizend euro gekregen van de voormalige president, Zine Al-Abadine Ben Ali, toen die nog dacht met dat soort gebaren de opstand te kunnen sussen. En ze zou het groentekraampje van haar zoon voor grof geld verkocht hebben aan een rijke zakenman uit de Emiraten.
Dat laatste ontkent ze met klem, maar haar nicht Hania Bouazizi zou het alvast niet verwonderen. ‘De moeder van Mohamed is de enige die beter is geworden van deze revolutie', vertelt die zonder schroom aan The Observer. ‘Ze heeft er al duizenden dinars aan verdiend. Ze is zo hebberig en hooghartig geworden. Ze loopt tegenwoordig de supermarkt binnen en zegt : “Weet je dan niet wie ik ben? Ik ben de moeder van Mohamed de martelaar.” Ze is een narciste geworden, ze wil alles voor zichzelf.'
De dode in het ziekbed
Vroeger waren Manoubia en Hania buren in het eenvoudige dorpje Sidi Bouzid, nu is Manoubia met haar gezin verhuisd naar een mooie wijk aan het strand van Tunis. Dat zet kwaad bloed in het dorp, waar voortdurend wordt geruzied over wat er precies is gebeurd, die fatale zeventiende december.
Volgens sommigen blijft Mohamed de echte martelaar van de Jasmijnrevolutie, volgens anderen is zijn martelaarschap een creatie van de media, die altijd sterke verhalen nodig hebben om hun nieuws te verpakken. Er zijn zelfs dorpelingen die tegenover The Observer beweren dat Mohamed zichzelf helemaal niet in brand heeft gestoken. Hij zou de brandstof over zich hebben uitgegoten als een dreigement, en enige tijd later per ongeluk zichzelf de dood hebben ingejaagd door een sigaret op te steken.
Wat de ware toedracht ook is, Mohamed Bouazizi werd in de revolutie voor de kar van beide kampen gespannen.
Een week nadat hij met vreselijke brandwonden naar het ziekenhuis was gebracht, op 28 december, kreeg Mohamed hoog bezoek: president Ben Ali en zijn gevolg baanden zich een weg tot aan zijn ziekbed, met cameraploegen in hun kielzog. Nog een poging van het regime om de revolutie te bezweren. Mohamed lag onherkenbaar omzwachteld en bewegingloos in bed. Volgens de autoriteiten overleed hij nog een week later, op 4 januari.
Daar is niet iedereen het mee eens.
‘Ik heb gezien hoe hij eraan toe was toen ze hem naar het ziekenhuis brachten', zegt Shali Dhafer, een advocaat uit Mohameds geboortedorp, Sidi Bouzid tegen The Observer. ‘Zijn ledematen waren met elkaar versmolten door de hitte, zijn huid was weg, hij was helemaal zwartgeblakerd. Hij heeft geen dag meer geleefd. Ik geef het u op een blaadje: dat bezoekje van de president was gewoon theater, Mohamed was toen al een week dood.'
De zondebok met dienst
President Ben Ali deed er in die eerste dagen van de opstand alles aan om de gemoederen te bedaren. Hij liet ook de politieagente opsluiten die Mohamed de klap verkocht die eerst de marktkramer en daarna het hele land in lichterlaaie zette. Nochtans had Fedia Hamdi altijd haar onschuld staande gehouden. Ze ging zelfs enkele weken in hongerstaking uit protest tegen haar opsluiting, maar dat mocht niet baten.
Ook nadat Ben Ali het land was ontvlucht, bleef ze nog maanden in de cel. Het was al na enkele weken duidelijk dat ze om politieke redenen zat opgesloten, en toen bekend raakte dat de familie van Mohamed Bouazizi geld had aanvaard van de president, gingen er stemmen op om Hamdi vrij te laten, maar dat zou een ‘verkeerd signaal' zijn geweest in een revolutie die nog aan de gang was.
Pas op 19 april kwam Hamdi vrij, na 111 dagen gevangenschap. Twee dagen na haar vrijlating ging Elizabeth Day van The Observer haar opzoeken, terwijl ze nog volop haar vrijlating aan het vieren was met haar familie en collega's van de politie. ‘Ik was gewoon een zondebok', zegt ze, ‘ik was op de verkeerde plaats op het verkeerde ogenblik. Ik heb Mohamed Bouazizi nooit een klap gegeven. Dat kan gewoon niet. Ten eerste omdat ik een vrouw ben, en het in dit land onmogelijk is dat een vrouw een man slaat. Ten tweede omdat ik veel te bang was. Ik wou gewoon mijn werk doen.'
Fedia Hamdi's versie van de gebeurtenissen van 17 december klinkt heel anders dan die van de familie Bouazizi. ‘Toen ik Mohamed vroeg om zijn groentekraam te verplaatsen, weigerde hij, greep mijn hand vast en deed mijn vinger pijn', vertelt ze. ‘Ik zag dat hij zichzelf niet was en besloot hem daarom niet te arresteren, maar ik heb hem wel beboet door een gedeelte van zijn koopwaar te confisqueren. Die heb ik gedeponeerd bij een liefdadigheidsinstelling en daarna ben ik weer aan het werk gegaan.'
Bouazizi ging daarna nog naar het politiebureau om zijn koopwaar terug te eisen, maar werd wandelen gestuurd. Hij werd hysterisch, kwam even later terug en eiste de gouverneur te spreken, maar werd opnieuw wandelen gestuurd. Wat later goot hij een jerrycan benzine over zijn hoofd.
De tanende ster
Wat de waarheid over de dood van Mohamed Bouazizi ook is, in zijn geboortedorp is zijn ster tanende. Kort na zijn dood verschenen her en der in Sidi Bouzid gedenktekens voor hem. De marktplaats werd met een statig bord omgedoopt tot Mohamed Bouazizi-plein, overal zag je zijn portret tegen de gebouwen hangen, leuzen over zijn martelaarschap werden op de muren gespoten.
Sinds de vrijlating van Fedia Hamdi is daar enige verandering in gekomen: de meeste foto's zijn weg, graffiti waar zijn naam in voorkomt, zijn overschilderd, het straatnaambord op het marktplein is op mysterieuze wijze verdwenen. En de marktkramers van Sidi Bouzid zeggen dat de hele revolutie aan hen is voorbijgegaan.
Eigenlijk is er niets veranderd', zegt een van hen, Faycal Neji, in The Observer. ‘We hebben het zelfs nog moeilijker dan vroeger. De inkoopprijzen zijn gestegen terwijl onze verkoopprijzen even laag zijn gebleven. Maar we mogen nu wel onze kraampjes voor het overheidsgebouw posteren, dat wel.'
Bron: De Standaard
Wiesenthal Center wil dat De Clerck ontslag neemt
Het Simon Wiesenthal Center eist dat minister van Justitie Stefaan De Clerck opstapt. Aanleiding zijn de amnestie-uitspraken van De Clerck het voorbije weekend.
In een brief aan eerste minister Yves Leterme schrijft het centrum dat De Clerck snel moet afstand doen van zijn positie en zich moet terugtrekken uit de politiek.
De Clerck zei zondag in een televisiedebat over de collaboratie dat men misschien wel het verleden moet vergeten. Gisteren verduidelijkte hij dat hij er niet voor pleit om de geschiedenis van de collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog te "vergeten". Wel wil hij dat er in het debat hierover ook plaats is voor "verzoening", zonder daarbij de feiten te minimaliseren.
Volgens het Wiesenthal Center is het niet verwonderlijk dat het anti-semitisme in ons land stijgt wanneer de minister van justitie pleit om de nazi-misdaden te vergeten. Het centrum vraagt daarom dat de regering de uitlatingen van De Clerck scherp veroordeelt.
In de werkgroep Herinnering en Democratie van het Waals parlement werd dinsdag een minuut stilte gehouden uit protest tegen de inoverwegingneming van het wetsvoorstel voor amnestie in de Senaat en tegen de uitspraken van De Clerck. Parlementsleden van de vier Franstalige formaties namen deel.
Bron: Het Nieuwsblad
Paul Severs in de problemen na Hitlergroet
Het filmpje van het incident laat een vrolijke Paul Severs zien die aan het begin van het nummer 'Ik ben verliefd op jou' zijn hand in de lucht steekt en de Hitlergroet brengt. Het filmpje raakte via de website van Story verspreid.
'Gewoon een grapje', zegt de zanger dinsdag. 'In mijn shows breng ik Ik ben verliefd op jou in verschillende talen. Daarbij vertel ik telkens wie het nummer in die taal heeft opgenomen. Toen ik in het Duits wou beginnen, riep iemand in het publiek: 'Hitler'. Ik heb daarop ingepikt.'
Severs houdt vol dat het nooit de bedoeling was iemand te kwetsen. 'Ik heb dit nooit eerder gedaan en zal dit ook nooit meer opnieuw doen', zegt hij. 'Ik bied bij deze mijn verontschuldigingen aan.'
Het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding neemt de zaak alvast ernstig en beraadt zich over de volgende stappen. Mogelijk trekt het Centrum naar het gerecht.
Bron: Het Nieuwsblad
Je godsdienst bepaalt je inkomen
Hindoes eindigen tweede met 65% van de gezinnen die meer dan 75.000 dollar verdienen, voor de conservatieve joden die derde staan met 57%. Aan de andere kant van het spectrum staan de getuigen van Jehova, de Baptisten en de leden van de Pinksterbeweging. Minder dan 20% van deze mensen verdienden op zijn minst 75.000 dollar.
Er zijn vele factoren die de inkomensverschillen tussen de verscheidene godsdiensten verklaren, maar één steekt er echt uit en dat is de schoolopleiding. Volgens het onderzoek is de relatie tussen opleiding en inkomen dermate duidelijk dat ze bijna rechtlijnig is op onderstaande grafiek (klik hier voor een grotere versie). Zelden heeft sociale wetenschap zulke duidelijke resultaten bekomen, aldus de onderzoekers. Een andere uitleg is dat sommige godsdiensten makkelijker mensen aantrekken of voortbrengen die bewust voor laagbetaalde jobs kiezen.
Bron: Express
Edito mei 2011 – Jezus en de markt
Wat heeft Jezus met de markt van doen? In een tijd waarin de markt tot ideologie is verheven en haast de enige harde realiteit lijkt te zijn, is deze vraag voor christenen van groot belang. Ook al lijkt ‘Jezus en de markt’ geen logische combinatie. Want voor velen lijkt het dat zoals het Koninkrijk van God niet van deze wereld is, de economie van God ook niet die van mensen is. Men zou haast concluderen dat naast de scheiding van Kerk en staat ook christendom en markt maar uit elkaar moeten worden gehaald.
Maar het Woord van God heeft niet alleen betrekking op het politieke leven: ook op het economische leven. In de gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard (Matt. 20) vertelt Jezus over een landeigenaar met wel heel vreemde opvattingen over de wet van vraag en aanbod. Op verschillende tijdstippen van de dag – van ’s ochtends vroeg tot in de avond – neemt hij dagloners in dienst maar geeft ze uiteindelijk allemaal hetzelfde dagloon. Hij besluit zijn houding met: “Zo zullen de laatsten de eersten en de eersten de laatsten zijn”.
Ten tijde van Jezus was het net zoals in onze tijd: economische schaalvergroting ten koste van kleine zelfstandigen. Grootgrondbezitters verdreven vrije boeren van hun grond die zich daarom als dagloner moesten verkopen. Volgens de Wet van Mozes mocht er in Israël geen sprake zijn van een dergelijke proletarisering. De Mozaïsche wetten waren er immers op gericht om de macht van de handelsklasse te beperken. Zo was er elke zeventig jaar een ‘Jubeljaar’ waarin alle schulden vervielen, iedere lijfeigene niet alleen zijn vrijheid terugkreeg, en waarin elke Israëliet zijn ‘kwijtgeraakte’ grond terugkreeg als een ‘eeuwig erfdeel van God’. Een persoon kan dan wel geknecht worden; maar op langere termijn werd er een halt toegeroepen aan een te grote accumulatie van bezittingen.
De Wet van God wilde zo een te grote opeenhoping van bezit en economische macht voorkomen. In een agrarische samenleving als het oude Israël waren juist de zelfstandige landbouwers een makkelijke prooi voor handelslieden zonder geweten. De profetieën wemelen niet voor niets van snoeiharde aanklachten tegen economische uitzuigers en onderdrukkers. Het volk Israël was gegrondvest op bloed en grond; niet op geld.
Als Jezus de dagloners op de markt zag staan, zag Hij geen proletariaat, maar onterfde Israëlieten die ten prooi waren gevallen aan grootgrondbezitters en aan vrome handelslieden die volgens Hem zelfs ‘de huizen van de weduwen opaten’.
Grondbezit ‘heeft’ geweten – de bezitter van het onvervreemdbare erfdeel heeft immers weet van de belofte van God. Geld en vrije markt daarentegen hebben geen geweten. Zo was het al ten tijde van Nehemia. Toen lieten joden hun grond in de steek om Jeruzalem te helpen opbouwen. Terwijl zij zwoegden, verkochten de schuldeisers – ook joden – hun familieleden als slaven aan de heidenen omdat men hun schulden niet kon voldoen. Dat was niet zo vreemd: de akkers lagen braak omdat de boeren de tempel opbouwden en brachten zodoende niet of nauwelijks iets op.
Toen kon de opkomende handelsklasse nog de kop worden ingedrukt. Later kon dat niet meer. Woeker en handel waren zelfs de tweede natuur geworden van vrome lieden als de Farizeeërs. Een tipje hiervan licht Jezus op in de gelijkenis over de onrechtvaardige rentmeester (Lc. 16). Daarin vertelt Jezus over een rentmeester die door zijn heer ontslagen zal worden wegens wanbeheer. Als hij dit hoort, doet hij iets opmerkelijks: in de tijd die hem als rentmeester resteert, scheldt hij schulden kwijt van schuldenaars die hij bij zich roept. Mensen die honderd vaten olie schuldig waren, moesten er vijftig van maken. Iemand die honderd maten tarwe schuldig was, moest daar van maken ‘tachtig’.
En dan komt het: de heer van deze man prijst hem omdat hij met overleg had gehandeld. Jezus zegt dan: “Maakt u vrienden met behulp van de onrechtvaardige Mammon, opdat, wanneer die u komt te ontvallen, zij u in de eeuwige tenten opnemen.”
Wat was er aan de hand? Waarom werd de onrechtvaardige rentmeester geprezen? Had deze dan niet gesjoemeld met het eigendom van zijn heer? Had hij dan niet mensen bevoordeeld die daar geen recht op hadden? Kortom: had deze man dan niet het marktmechanisme verstoord?
De werkelijkheid lag iets anders. In die tijd ontdoken de joden het Mozaïsche verbod op (woeker-)rente door als iemand vijftig vaten olie leende op de schuldbrief ‘honderd vaten schuldig’ te schrijven. En – om in de lijn van de gelijkenis te blijven – bij een schuld van tachtig maten tarwe schreef men dan ‘honderd maten tarwe schuldig’ op. Zo leek men zich te houden aan de Wet van Mozes, maar tegelijkertijd ontdook men het woekerverbod.
Klaarblijkelijk had deze rentmeester dat ook ooit gedaan en zette het nu recht. Wat de onrechtvaardige rentmeester deed, was dus geen diefstal plegen ten nadele van zijn heer, maar de schulden van de schuldenaars aan zijn heer terugbrengen tot de oorspronkelijke maat. Door de Wet van Mozes alsnog toe te passen, herstelde hij als het ware de verbondsgemeenschap met de – eerder door hem – gedupeerden. Zelfs zijn heer vond dit van wijsheid getuigen. Hij kon ook niet anders. En Jezus zet daar aan het slot van de gelijkenis een dikke streep onder.
Rente, en zeker woekerrente, maakt de gemeenschap kapot. In twee gelijkenissen – die over de arbeiders in de wijngaard en die over de onrechtvaardige rentmeester – maakt Jezus duidelijk dat een cultuur waarin grond handelswaar wordt en mensen worden gereduceerd tot arbeid, een cultuur is die haaks staat op het Koninkrijk van God.
Handel, economie en markt zijn niet slecht, maar gaan ook niet voorop. Voorop gaan de onvervreemdbare rechten, de vrijheid op basis van Gods Wet, de gemeenschap met het volk en het verbond met God. Eerst is er de vrijheid, pas daarna is er de markt. Hoe anders in onze tijd.
Bron: Catholica
Inside Job onthult seks & drugs decadentie bankiers
Nu in de bioscoop, de beste documentaire over de kredietcrisis die er de afgelopen jaren zijn gemaakt: het Oscarwinnende Inside Job van Charles Ferguson. Follow the Money zag hem al.
FTM zag de documentaire al op het IDFA, maar nu is hij ook in Nederland te zien: Inside Job, de Oscar-winnende docu van Charles Ferguson.
Ga er heen, want het is de beste verslag van wat er fout ging in de bankencrisis. Wat opvalt is dat zakenbankiers gewetenloze[,] decadente[,] immer gruizige graaiers zijn.
In Inside Job onthult escort-madame Kristin Davis (nee niet die actrice uit Sex and City) hoe corporate creditcards werden leeggeroofd om coke-factuurtjes en hoerenbezoek af te rekenen.
Boeiende en pijnlijke materie, zeker als je weet dat de zelfverklaarde moraalridder en witte[-]boorden[-]boefje[s-]jager Eliot Spitzer ook bij haar langskwam: ‘He liked it too rough.’
Ech[t] filmisc[h] hoogtepunt beleven we aan de kurkdroge ondervraag-technieken van Ferguson. Hij betrapt hoogleraar Frederic Mishkin van Columbia University op een pijnlijke cv-faux pas. Deze oud[-]gouverneur van de federale bank schreef in 2006 een lovend rapport voor een IJslandse bank onder de titel ‘Financial Stability in Iceland’ en kreeg er 124.000 dollar voor betaald.
De titel op zijn cv in 2010 meldt ondertussen ‘Financial Instability in Iceland’. Als Ferguson de hoogleraar hiermee confronteert zegt hij schaapachtig: ‘Dat moet een typo zijn.’
Zie hier zijn gestamel
{youtubejw}8lHvTKzfu8Q{/youtubejw}
Glenn Hubbard, oud economisch adviseur van George Bush is die schaamte zelfs voorbij. Hij wil het interviewen beëindigen als Ferguson hem vraagt welke financiële instanties hij van betaald advies voorzag.
De arrogante Bush-adviseur geeft hem nog drie minuten en en zegt vals lachend: ‘Give it your best shot.’
Ook dit is hier te zien.
{youtubejw}zlIoeTObmEk{/youtubejw}
Bron: Follow the Money
L'affaire DSK: "Franse" elite brengt het ganse land in verlegenheid
De affaire DSK kan het einde betekenen van die speciale uitzonderingen en wel op twee vlakken. Alles begon met de affaire Polanski in 2009 toen controverse ontstond omdat deze cineast openlijk werd verdedigd door Frédéric Mitterrand, de Franse minister van Cultuur (Polanski zou in 1977 de toen 13-jarige Samantha Geimer hebben gedrogeerd en misbruikt. Polanski bekende schuld, maar ontvluchtte de VS voordat de rechter de strafmaat kon bepalen).
De kern van het geschil ging over een soort culture[el] privilege in seksuele zaken die exclusief leek voorbehouden aan artiesten. Hetzelfde geldt nu voor politici: er kan geen sprake zijn van immuniteit. Van nu af aan, in Frankrijk en elders, kan seks niet langer het onderwerp zijn van privileges. Dat geldt evengoed voor politici... 'Ik ze[g] niet dat de tijd rijp is voor een presidentiële kandidaat die normaliteit uitstraalt eerder dan abnormaliteit of moraliteit boven immoraliteit. Ik zeg enkel dat het tijd is voor een democratie zonder privileges.'
Eerder dan de mogelijke misdaden van DSK brengt vooral de reactie van de Franse elite het land in verlegenheid, schrijft Pascal-Emmanuel Gobry in Business Insider. Eerst was er Ségolène Royal die haar steun betuigde aan de familie van DSK 'die door een moeilijke tijd gaat', maar die geen woord over had voor het kamermeisje van het Sofitel; in The Daily Beast zei Roman Polanskiverdediger Bernard-Henri Lévy geshockeerd te zijn door het feit dat in Amerika 'eender wie een andere burger van een misdaad kan betichten (mon Dieu!)' en voegde er aan toe dat DSK niet als eender wie behandeld kan worden omdat hij een zeer belangrijk man is.
De voormalige Franse minister Elisabeth Guigou sprak schande over de beelden van een gehandboeide DSK die nu de wereld rondgaan en 'van een onwaarschijnlijke brutaliteit, geweldadigheid en wreedaardigheid getuigen. Ik ben blij dat ons rechtssysteem niet hetzelfde is,' zei ze nog.
Inderdaad, schrijft Gobry, in tegenstelling tot seksueel te worden misbruikt in een gesloten hotelkamer is zo'n wandeling met handboeien aan voorwaar geen pretje. Maar misschien is de tijd rijp om een einde te maken aan de manier waarop die Franse elite door de media wordt beschermd, want de omerta die al jarenlang belangrijke mensen in Frankrijk de hand boven het hoofd houdt is nog vele malen brutaler en boosaardiger.
De manier waarop de Amerikaanse media over de zaak DSK berichten is smerig, maar ze legt wel het morele failliet van het alternatief bloot. Transparantie doet pijn en shockeert. Maar transparantie is vooral erg goed.
Bron: Express
“Partijfinanciering is O.K.? Ik dacht het niet”
"Volgens Dajo De Prins van universiteit Utrecht is de huidige partijfinanciering in België ongrondwettelijk." Oh ja, en wat dan nog? Politici van CVP en SP hebben destijds voor hun corrupte partijgenoten de 'Win-for-life' formule (partijfinanciering) opgestart om misbruiken uit het verleden in de toekomst wettelijk te maken. Alsof men een bankrover betrapt bij het stelen van geld, en als straf geeft men zijn familie een blanco cheque. De politieke grijp- en graaicultuur was geboren. Vroeger kregen politieke partijen geen overheidsgeld en moesten ze zelf zorgen voor hun inkomsten. Zoals wij allemaal. Dat leidde bij hen tot misbruiken, waar de burgers voor betaalden. Nu ontvangen ze belastinggelden om hun politiek bedrijf te runnen. Is het sindsdien beter gegaan met de openbare aanbestedingen? Met de politiek op zich? NEEN. De vetpotten van de macht versmachten elke democratische controle. Lugubere Belgische logica.
Bron: HBVL (lezersbrief)














