Mijnheer de president, welterusten.
Slaap maar lekker in je mooie Europese huis.
Denk maar niet te veel aan al die verre kusten
Waar uw jongens zitten, eenzaam, ver van thuis.
Denk vooral niet aan die duizenden doden,
Die vergissing genaamd het ISAF-gouvernement.
En vergeet het vierde van die tien geboden
Die u als goed christen zeker kent.
Denk maar niet aan al die jonge arbeiders
Werkloos door de liberaliseringskracht.
Laat die weke proleten maar aan de bedrijfsleiders,
Mijnheer de president, slaap zacht.
Droom maar van de overwinning en de zege,
droom maar van uw mooi Europees ideaal
dat nog nooit zonder bloedig moorden is verkregen,
Droom maar dat het u wel lukken zal dit maal.
Denk maar niet aan al die mensen die verrekken,
Hoeveel mannen, vrouwen, kinderen worden niet gehoord.
Droom maar dat u aan het langste eind zult trekken
En geloof van al die tegenstand geen woord.
De banken blijven wij bemesten
zij houden hier op uw bevel de wacht
Voor de glorie en de eer van het vrije westen.
Mijnheer de president, slaap zacht.
Schrik maar niet te erg wanneer u in uw dromen
al die schuldeloze slachtoffers ziet staan
die door uw beslissingen op straat zijn gekomen
En u vragen hoe lang dit nog zo moet gaan.
En u zult toch ook zo langzaamaan wel weten
dat er mensen zijn die ziek zijn van uw geld,
die het Verdrag en de Grondwet niet vergeten
En voor wie nog steeds een mensenleven telt.
Droom maar niet te veel van al die berooide mensen,
Droom maar fijn van overwinning en van macht.
Denk maar niet aan al die vrijheidswensen.
Mijnheer de president, slaap zacht.
(Parodie op Boudewijn de Groot zijn protestlied uit 1966)














