Solidarisme.be

twitter 64x64rss 64x64facebook 64x64

Home

Friday21 July 2017

Thursday, 25 April 2013 22:16

Beschouwingen bij de dood van Rudolf Hess

Written by 

 

 

 

The super powers won't give an inch
They got their showpiece in a cage
How can so much pleasure
Be obtained from a man of bygone days
Or perhaps they don't want to choose

Er zijn liedjes genoeg om Rudolf Hess, plaatsvervangend voorzitter van de NSDAP, martelaar voor de vrede en geallieerde oorlogstrofee op zijn jaardag (26 april) mee te gedenken. Toch hebben we niet gekozen voor een van de vele goede (en dikwijls minder goede) “RAC”-nummers, maar voor een nummer van de antifascistische punkgroep Angelic Upstarts. “Amnestie” hoeft immers geen politieke kleur te hebben. We zouden natuurlijk het N-SA niet zijn als we niet ook ons eigen licht op de dood van Hess zouden laten schijnen. Er zijn namelijk goede redenen om aan te nemen dat zijn dood geen zelfmoord, maar moord was. Dat hebben de familie Hess en Hess’ bewaker Abdallah Melaouhi ook altijd beweerd (zie “Ich sah seinen Mördern in die Augen!”, Märkische Raute, 2008). De in het Egyptische Alexandrië geboren Hess kon zijn Tunesische bewaker overigens in vloeiend Arabisch te woord staan, wat toch maar even opgemerkt mag worden om het simplistische wereldbeeld van zowel islamvreters als antifascistische democraten te doorprikken.

Het eerste en eenvoudigste argument tegen de zelfmoordstelling is dat de 93-jarige, aan reuma lijdende Hess lichamelijk niet in staat was om zichzelf op te hangen. Hij kon zich amper zelfstandig aankleden of zijn veters knopen. Het tweede en meer politieke argument slaat op de context waarin Hess is gestorven. Hess was in 1987, het jaar van zijn dood, de laatste gevangene in het complex van Spandau, dat werd beheerd door de vier Siegermächte (de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk), de geallieerde overwinnaars en bezetters van het Duitse Rijk. Kort voor Hess’ dood had Michaël Gorbatsjov, de leider van de Sovjet-Unie, echter laten verstaan dat hij Hess na bijna een halve eeuw opsluiting wilde vrijlaten (zie “Läßt Gorbatschow Heß frei?”, Der Spiegel, 13 april 1987). Dat was niet toevallig, maar een onderdeel van zijn (weliswaar om andere redenen) in het Westen veelgeprezen politiek van “glasnost” (openheid) en “perestrojka” (hervormingen). Die politiek wordt door voor- en tegenstanders dikwijls onder de (te) abstracte noemer “liberalisering” geplaatst, alsof de kous daarmee af zou zijn. De concrete aanleiding voor die hervormingspolitiek en de waaromvraag stellen ze niet. Laten we daar nu dus maar eens dieper op ingaan.

De Sovjet-Unie verkeerde in de jaren ’80 in een diepe crisis. De Amerikaanse president Ronald Reagan had onder invloed van zijn fanatieke entourage, de pas uit hun ei gekropen neoconservatieve haviksneuzen haviken, de wapenwedloop opgedreven om zo de Sovjet-Unie militair en vooral politiek en economisch op de knieën te dwingen. Dat zou de Amerikanen uiteindelijk ook lukken. De Sovjet-Unie was echter niet van plan zichzelf gewillig naar de slachtbank te laten leiden. Ze zocht onder leiding van Gorbatsjov toenadering tot de (toenmalige) Europese Gemeenschap, en in het bijzonder West-Duitsland. Gorbatsjov sprak in die tijd zelfs over een “Gemeenschappelijk Huis”. Voor heel wat jonge “nieuwrechtse” intellectuelen in West-Europa (o.a. Robert Steuckers) was dit het signaal om voluit de Russische kaart te spelen. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat zoiets de ergernis wekte van de verstokte anticommunistische (CIA-)rechterzijde, die natuurlijk Reagan en Thatcher als idolen had en de rest afdeed als roodbruine “biefstukken”, “nationaal-bolsjewieken” enz. Peu importe. Het heeft weinig zin hier te bekvechten over dat stupide etiket “rechts”, aangezien de twee inhouden niet vergelijkbaar zijn. “Rechts” in de positieve zin van het woord is allang dood en begraven. De conservatieve liberalisme- en cultuurkritiek zijn gestorven samen met de onafhankelijkheid van Duitsland en “Duits” Midden-Europa. Duitsland was, zeg maar, het laatste bolwerk van niet-liberaal conservatisme, nadat eerder Frankrijk was bezweken voor het liberalisme (la mode anglaise) met de Franse Revolutie en nadien Rusland voor een iets barbaarsere variant, het bolsjewisme, met de Oktoberrevolutie. Rusland en Duitsland bleken niet zo “eeuwig” als Dostojevski en Moeller van den Bruck dachten. Quid Europa? Dat lijkt nu na twee smerige wereldoorlogen definitief bij het Anglo-Amerikaanse kerngebied van het kapitalisme en de usurocratie ingelijfd en zal er morgen waarschijnlijk helemaal mee versmelten tot één grote Trans-Atlantische Unie als de papieren tijgers en de plannenmakers van de VS- en EU-bureaucratieën hun zin krijgen. Het “Oceanië” van George Orwell zal dan werkelijkheid zijn.

We lopen echter vooruit op de feiten. De globalisering en de Europese integratie waren in de jaren ’80 immers nog niet zo ver gevorderd. Van het Verdrag van Maastricht (1992) en de Wereldhandelsorganisatie (1995) was nog geen sprake. Het vrijhandelsliberalisme had nog een zeker nationaal en vooral Europees karakter, zeker niet het multilaterale en dictatoriale karakter dat het vandaag heeft. Er was nog enige ruimte om een (politiek) handelsbeleid te voeren en niet zomaar het opengrenzenbeleid te ondergaan (dat weliswaar het resultaat is van politieke beslissingen). “Europa” was in zekere zin nog maakbaar, wat het vandaag allang niet meer is. Dat beseften de Duitsers en de Russen ook. Samen zagen ze hun kans schoon om met het “Marshall-Europa” af te rekenen en die fameuze Westbindung losser te maken waar Konrad Adenauer voor had gezorgd. En wou Gorbatsjov de Europese Gemeenschap en West-Duitsland het hof maken, dan kon hij natuurlijk niet om het “Duitse vraagstuk” heen. Of om Rudolf Hess... Geen enkel Europees land was de hereniging van beide Duitslanden echter genegen. Duitsland zou opnieuw te sterk worden. En uiteindelijk zou de hereniging dan ook niet volgens de Duits-Russische plannen verlopen. Duitsland werd herenigd in een “Europees” (lees: Atlantisch) verband om zo alle betrokken partijen tevreden te stellen.

Is er na dit alles nog iemand die zou denken dat de Berlijnse Muur toevallig is gevallen in 1989 (twee jaar na Hess' dood)? Dat Duitse soldaten niet op Duitse betogers zouden willen schieten kan nog aannemelijk klinken, maar wat kon Russische tanks tegengehouden hebben behalve een bevel van hogerhand? In Praag (1968) en in Boedapest (1956) werden anticommunistische en nationalistische opstanden eerder al zonder pardon neergeslagen. Gorbatsjovs niet-ingrijpen uitleggen als het gedrag van een “verlicht despoot” of zelfs een “slappeling”, dus de oorzaken zoeken in iemands vermeende persoonlijkheidsstructuur, is misschien gemakkelijk voor een politieke leek. Té gemakkelijk. Neen, Gorbatsjov had deze toegevingen bewust aan de Duitsers gedaan opdat het “nieuwe” Duitsland een bondgenoot van zijn eigen noodlijdende regime zou worden. Dat dat achteraf een misrekening bleek, verandert niets aan zijn oorspronkelijke bedoelingen.

Na de Wende volgde de reconversie van de Oost-Duitse economie (lees: privatisering van de DDR-eigendommen). Volgens politicoloog Kees van der Pijl woedde achter de schermen een hevige strijd tussen Duitse en Amerikaanse zakenbanken om de verdeling van de buit. Het was een botsing tussen het Europese Rijnlandmodel en het Anglo-Amerikaanse neoliberalisme. Een strijd die werd beslecht in het voordeel van dat laatste kamp, nadat zogenaamde extreemlinkse RAF-terroristen twee kopstukken van de Duitse (pro-Europese en pro-Russische) kapitaalelite hadden vermoord: Alfred Herrhausen, topman van Deutsche Bank, en Detlev Rohwedder, voorzitter van de Treuhandanstalt (bevoegd voor de privatisering van de Oost-Duitse economie). Dat deze moorden op bestelling gepleegd zijn, staat als een paal boven water. De vraag is alleen: wie waren de daders? Nuttige idioten of regelrechte huurmoordenaars? Die vraag geldt in de jaren ‘80 niet alleen voor de “latere generaties” van de RAF (Rote Armee Fraktion), maar evengoed voor die van de Italiaanse NAR (Nuclei Armati Rivoluzionari), de Italiaanse Rode Brigades en de Bende van Nijvel. Vandaag de dag moet men met dezelfde kritische ingesteldheid naar pakweg Al Qaeda kijken. Veel van die “terreurorganisaties” zijn immers geen (h)echte organisaties, maar veeleer etiketten waarvan figuren met heel uiteenlopende bedoelingen zich kunnen bedienen. Ook inlichtingendiensten. En in een tijd dat nagenoeg alle geld-, communicatie- en informatieverkeer in kaart gebracht kan worden, mag men ervan uitgaan dat de manipulaties talrijk zijn. Of wat nog te denken van de moord op de christendemocratische en pro-Arabische Italiaanse premier Aldo Moro door “Rode” Brigades? Cui bono? Die vraag moet men zich steeds stellen om niet in de val van de manipulatie te trappen.

Wie had baat bij de dood van Rudolf Hess? Hess zelf? Waarom zou hij zelfmoord gepleegd hebben op een ogenblik dat zijn vrijlating nakend leek? Veel aannemelijker is dat Hess vermoord werd, net omdat hij dreigde vrijgelaten te worden. De ware toedracht van zijn vlucht naar Schotland in 1941 mocht niet onthuld worden. Aldus hebben Gorbatsjovs glasnost en perestrojka paradoxaal genoeg de dood en niet de vrijlating van Rudolf Hess bewerkstelligd. Het “Gemeenschappelijke Huis” was eenzelfde lot beschoren: het bleek een doodgeboren kind.

N-SA

  • Over Ons
  • Meedoen
  • This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.
  • +32(0)476/39.83.66
  • Inloggen

Info

Web 2.0

Hou het laatste nieuws bij!

RSSFacebookTwitter