Solidarisme.be

twitter 64x64rss 64x64facebook 64x64

Home

Thursday14 December 2017

Monday, 31 May 2010 16:31

Herbert Marcuse (1898 – 1979)

Written by  Prof. Dr. J.M.M. de Valk

In het verleden is het altijd mogelijk geweest oppositie te voeren tegen de gevestigde machten in de samenleving, ook al was die oppositie vaak uitzichtloos. De moderne industriële samenleving daarentegen is dusdanig van aard, dat zelfs de gedachte aan een andere inrichting daarvan nauwelijks kan opkomen. Enerzijds hangt dit samen met de toegenomen welvaart, waardoor de oude redenen voor verzet (armoede) in beginsel zijn weggenomen. Anderzijds wordt de mens door het technisch-industriële apparaat, dat zijn stoffelijke behoeften bevredigt, zodanig gemanipuleerd (vooral door reclame), dat hij in de waan wordt gebracht dat hij als mens in deze maatschappij volledig tot zijn recht kan komen. In feite echter is hij van zichzelf vervreemd, doordat niet tegemoet wordt gekomen aan zijn wezenlijke behoefte aan zelfontplooiing, aan het dragen van verantwoordelijkheid, aan vrijheid. Hij geniet een zekere welvaart, doch de prijs die hij daarvoor betaalt is, dat hij de slaaf is van een technisch en economisch systeem dat in dienst staat van de gevestigde belangen, met name die van de grote ondernemingen. Aldus ontstaat de 'eendimensionale mens', die zich niet meer bewust is van andere mogelijkheden dan de bestaande orde.

Weliswaar mag men soms afwijkende meningen verkondigen, doch deze worden slechts toegelaten omdat aldus onlustgevoelens kunnen worden afgereageerd (repressieve tolerantie). Zodra protesten tot werkelijke structuurveranderingen dreigen te leiden, worden zij hardhandig onderdrukt. Dit behoeft echter zelden te gebeuren: de rationaliteit van het technische apparaat heeft het gehele leven doordrongen en de stoffelijke resultaten ervan lijken zo overtuigend dat iedereen haast gedwongen wordt te erkennen dat dit apparaat het algemeen belang dient. Zo wordt iedereen tot dienaar van het bestaande bestel, ook bijvoorbeeld de politieke partijen die nominaal in oppositie zijn, doen die in wezen bestaan bij de gratie van dit bestel. Daarom pleit Marcuse voor de 'buitenparlementaire oppositie' vanuit groepen die nog niet ingekapseld zijn en nog het vermogen bezitten om andere mogelijkheden dan de bestaande maatschappelijke structuren te onderzoeken, om aldus misschien tot een beter alternatief te komen (welke kans echter door Marcuse zelf gering wordt geacht). Van de officiële wetenschap verwacht Marcuse in dit opzicht weinig; zij is te zeer gebonden aan de studie van de feiten (dus van het bestaande), terwijl juist het nog niet bestaande zou moeten worden verkend. Studenten daarentegen zijn nog niet geheel door het systeem ingelijfd en hebben de mogelijkheid tot een zeker afstand nemen en daardoor tot bewustwording. In deze en enkele andere marginale groepen (kunstenaars) kunnen nog alternatieve maatschappijbeelden ontstaan. De ideeën van Marcuse, wiens werk door de duistere stijl moeilijk toegankelijk is, zijn in gepopulariseerde vorm zeer bekend geworden en hebben grote invloed gehad op de studentenbewegingen, o.m. in Frankrijk en de Duitse Bondsrepubliek sedert 1968.

Prof. Dr. J.M.M. de Valk

(Uit de Grote Winkler Prins, 1971)

Bron: Elannet

N-SA

  • Over Ons
  • Meedoen
  • This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.
  • +32(0)476/39.83.66
  • Inloggen

Info

Web 2.0

Hou het laatste nieuws bij!

RSSFacebookTwitter