Solidarisme.be

twitter 64x64rss 64x64facebook 64x64

Home

Friday24 November 2017

Monday, 05 April 2010 12:02

In memoriam Eugène Terreblanche, 1941-2010

Written by  Vincent De Roeck

In memoriam Eugène Terreblanche, 1941-2010


Eugène Terreblanche is niet meer. De alom gevierde Boerenleider uit Zuid-Afrika werd afgelopen nacht op zijn farm in Ventersdorp doodgemarteld door twee losgeslagen zwarte jongeren die op zijn geld uit waren. Vanochtend, op Paaszondag dus, werd zijn levenloze lichaam teruggevonden. Het tweetal overmeesterde hem in zijn slaap en keelde hem als een hond met knuppels en kapmessen. President Jacob Zuma nam al afstand van de moordenaars, die ondertussen gearresteerd werden, en ook oppositieleidster Helen Zille waarschuwde voor de mogelijke interne strubbelingen die door deze wandaad opnieuw de kop zouden kunnen opsteken in de Regenboognatie. De politieke beweging van Terreblanche gaf te kennen het politieonderzoek af te wachten en riep haar volgelingen alvast op om niet voor 1 mei te reageren. Analisten vrezen al enkele maanden dat Zuid-Afrika aan de vooravond van een nieuwe burgeroorlog staat. De spanningen tussen de verschillende bevolkingsgroepen lijken immers weer hoog op te lopen en deze aanslag zou wel eens de lont in het kruitvat kunnen steken.

Eugène Terreblanche is zeker geen onbesproken blad. Hij maakte carrière binnen de Zuid-Afrikaanse Veiligheidspolitie tijdens de hoogdagen van het Apartheidsregime en stond in het begin van de jaren 1970 aan de wieg van de Afrikaner Weerstandsbeweging (AWB), een culturele organisatie die zich scherp afzette tegen de gematigde beleidsvoorstellen van premier John Vorster. Wat aanvankelijk een zéér radicale opstelling was, werd naarmate de progressieve krachten meer en meer aan terrein wonnen, in de tweede helft van de jaren 1980 mainstream. De AWB groeide over de jaren heen uit tot een organisatie van 70,000 leden die de politieke agenda in Zuid-Afrika mee wist te zetten. Eugène Terreblanche was een bevlogen redenaar, schrijver en dichter, en wist in de jaren tachtig ook internationale faam te vergaren. Niet iedereen hield van hem, maar iedereen kende hem wel. Zijn sterk gemediatiseerde rallies en toespraken toonden de wereld het gezicht van het oude Zuid-Afrika: bebaarde mannen op paarden met de Bijbel in de ene hand en een geweer in het andere.


Terreblanche werd de spreekbuis van het verzet tegen de wilde democratisering en Sovjetisering van Zuid-Afrika. Recent nog werd hij door de Zuid-Afrikaanse staatstelevisie uitgeroepen tot de 25ste grootste Zuid-Afrikaan ooit. Ondanks zijn imago, was hij helemaal geen zwartenhater en al evenmin een voorstander van de “kleine Apartheid” die blanken in het openbaar beter behandelde dan zwarten. Hij stond de “grote Apartheid” voor: de opdeling van Zuid-Afrika in drie thuislanden, waarvan één voor de zwarten, één voor de blanken en één voor de kleurlozen. Hij steunde aanvankelijk Willem Botha toen die een Zuid-Afrikaans staatsbestel met drie parlementen (een zwart, een blank en een kleurloos) met gelijke bevoegdheden voorstelde, maar later zou hij ook dat verwerpen en resoluut gaan voor een eigen onafhankelijke Afrikanerrepubliek. Toen de politie van hogerhand de opdracht kreeg om softer om te gaan met zwarten, en dus de zware criminaliteit in de hand werkte, richtte Eugène Terreblanche binnen de AWB de “IJzeren Garde” op, een zwaarbewapende privémilitie die op het platteland de orde herstelde en de facto de basisfuncties van de falende politie overnam.

Tegen 1990 werd definitief duidelijk dat het pad naar de zwarte heerschappij ingeslagen was en dat er van een apart thuisland voor de “laatste blanke stam van Afrika” geen sprake kon zijn. De AWB reageerde furieus en begon als reactie op terreur tegen de overheid in te zetten. Tussen 1990 en 1994 werden vijftig bomaanslagen tegen diverse overheidsdoelwitten aan de AWB toegeschreven. In 1991 viel Eugène Terreblanche met zijn militie Ventersdorp binnen tijdens een speech van de progressieve president Frederik-Willem De Klerk. In 1993 reed hij met gepantserde legervoertuigen door het politiecordon het WTC in Johannesburg binnen waar Nelson Mandela en president De Klerk met de Verenigde Naties onderhandelden over de toekomst van Zuid-Afrika. In 1994 viel hij het autonome Bophutatswana binnen om er een AWB-bewind te vestigen. Al deze pogingen mochten wel mislukken, toch bevestigden de beelden ervan de idee dat Zuid-Afrika op een heuse burgeroorlog afstevende. Gelukkig is het nooit zo ver gekomen, maar jarenlang zorgde die dreiging wel voor een duidelijke matiging in het ANC-beleid tegenover de blanke minderheid.

Na de verkiezingen van 1994 herprofileerde de AWB zich als paramilitaire structuur en ging ze vooral inzetten op de veiligheid van de blanke minderheid binnen het nieuwe Zuid-Afrika. Zo begon ze bijvoorbeeld training in zelfverdediging te geven aan vrouwen en kinderen. Met succes trouwens. Tussen 1994 en 1996 kwamen meer dan 1,000 blanke Zuid-Afrikanen om in het geweld dat op de verkiezingsoverwinning van het communistische ANC volgde, maar zonder de AWB was dit ongetwijfeld een veelvoud van dat aantal geweest zijn. Mede hierdoor kregen Eugène Terreblanche en de AWB in 1998 ook volledige amnestie van de Waarheidscommissie. In de tweede helft van de jaren negentig vergleed de AWB echter opnieuw in haar raciaal radicalisme van de oprichtingsjaren en vervelde de beweging tot een marginaal allegaartje van extreemrechtse nostalgici en racistische supremacisten. De veroordeling tot zes jaar eenzame opsluiting van Terreblanche in 2001 voor geweld tegen één van zijn personeelsleden betekende meteen de doodsteek voor de AWB.

In de Rooigrondgevangenis zwoer Eugène Terreblanche zijn racistisch verleden af en werd hij een “born-again Christian”. In 2004 kwam hij vervroegd vrij en maakte hij schoon schip binnen de nog bestaande structuren van de AWB. Hij vormde de organisatie om tot een culturele en politieke drukkingsgroep, en maakte van de IJzeren Garde opnieuw een gedisciplineerde ordedienst. In 2006 werd hij betrokken bij het Orania-project, een 100%-blanke survivalistische nederzetting in de westelijke woestijnen van Zuid-Afrika die naar internationale erkenning als ministaat streeft. In 2008 zorgde hij er samen met het Vrijheidsfront van Jan Mulder voor dat de VN het Boerenvolk officieel erkende als “volk zonder thuisland”. In 2009 trok hij naar Den Haag om via het Internationaal Strafhof een eigen Afrikanerland te kunnen verwerven. Die zaak moet nog steeds ten gronde behandeld worden. In 2010 kondigde Terreblanche aan dat de 23 bestaande Afrikanerorganisaties, waaronder zijn eigen AWB, onder zijn vleugels zouden fuseren. Het Lot besliste daar echter anders over en maakte dat hij die fusie zelf niet meer zal meemaken.

Zijn dood zal de fusie paradoxalerwijze misschien vergemakkelijken en meer jonge Afrikaners aantrekken voor een politieke beweging zonder banden met het verleden van het Apartheidsregime. De blanke Zuid-Afrikanen zijn het immers beu om steeds neergehamerd te worden met verwijzingen naar het verleden, terwijl hun vrouwen en dochters ongestoord verkracht worden, hun eigendommen in beslag genomen worden, hun banen door positieve discriminatie naar incompetente anderskleurigen gaan, en de blanke ouderen overvallen en gewelddadig gedood worden. Ze zijn het ook moe dat het ANC internationaal weg blijft komen met door-en-door communistisch beleid en met onverbloemde anti-blanke retoriek. Het oude Zoeloe-strijdlied “Shoot the Boer” is tegenwoordig zelfs opnieuw een hit in Zuid-Afrika. Het werd door Julius Malema, de huidige voorzitter van de ANC-jongeren, heruitgegeven! Eugène Terreblanche kwam aan zijn einde zoals meer dan 3,000 andere Boeren tussen 2000 en 2010: in koele bloede thuis overvallen, verminkt en vermoord. Hij is 69 geworden. Het lied heeft gelijk. Wit is geen kleur van de Regenboog.

Vincent De Roeck

 

 

N-SA

  • Over Ons
  • Meedoen
  • This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.
  • +32(0)476/39.83.66
  • Inloggen

Info

Web 2.0

Hou het laatste nieuws bij!

RSSFacebookTwitter