Solidarisme.be

twitter 64x64rss 64x64facebook 64x64

Home

Sunday25 June 2017

Friday, 15 May 2015 17:57

15 mei 1940: Nederland capituleert (en Wichman krijgt postuum gelijk)

Written by 

“Zo, gij wildet wel dat dit land bleef bestaan, precies zoals het is, ellendig, zonder volk (maar met veel gepeupel), zonder leven, zonder ziel, zonder durf, zonder liefde, zonder kunst? De rekening is fout.

Hoe het een verkruidenierde staat tenslotte vergaat, lere de geschiedenis, opdat die tenminste enig nut hebbe. Daar is o.a. het voorbeeld van Venetië. Dan is nu Nederland ongeveer daar, waar Venetië in de achttiende eeuw was. Nog enkele jaren, of maanden, tot er ergens iets gebeurt – en het is uit. Goed uit! Alles weg. Minstens: Limburg weg, Brabant weg, Zeeland weg, en natuurlijk de koloniën weg. Ook de kostelijke centjes weg. De vaalt wacht.

Er zijn nog hier en daar in Nederland, oude, haast versleten, stille slapende stadjes te vinden, zonder garnizoen, zonder fabrieken. Achter voortuintjes, paadjes van witte kiezeltjes, afgezet met kartelige buxus-plantjes, perken met veel geraniums, ook fuchsia’s, begonia’s en enkele rozenstruiken, gekleurde poppetjes en glimmende glazen bollen, staan nette lage huisjes met blanke hardstenen stoepjes en prachtig spiegelend gepoetste koperen belknoppen. Daar zitten nog weleens na kerktijd op een zonnige zondag, achter keurig gestreken gordijntjes, en weer geraniums, twee lieve oude mensjes met witte haren zwijgend bijeen. Tot buiten het grind der paadjes knerpt en dan het belletje tjingelt, en oude stuurse meid met muts en schort door de gang sloft, en andere lieve oude mensjes binnenlaat, die neerzitten en mee koffiedrinken uit de grote koppen, fraai versierd met goud en spreuken. Dan wordt er gepraat. Daar wordt nog wel eens van het ‘Nederlandse leger’, van ‘onze jongens’ gepraat.

De anderen, ook zij die niet weten mogen, niet weten willen, weten hoe het ermee staat. Zij weten ook wat de Nederlandse soldaten van ‘de rotzooi’ te zeggen hebben, en dat weten ook de officieren heel goed: niet veel zullen er vóór durven gaan, als het ernst wordt… En als de vijand er is, dan zullen onze soldaten hard, hard, lopen, lopen, lopen, help, help, terug, naar huis, naar moeder! … of misschien, als daarachter de moed-makende mitrailleur niet mee mocht lopen, in ‘s hemelsnaam vooruit, naar de vijand, met de handjes in de lucht, heel hoog: ‘Och toe asjeblief meheir, doe me nou gein kwaod, ik sel je huisch alles fertelle!’ Want ‘liever Jantje laf dan Jantje dood,’ dat is nu óns nationale spreekwoord.

Wél zullen vechten, en misschien zelfs goed vechten, de soldaten van … het Nederlands-Indische Leger, die gerecruteerd en met een handgeld van f 200,- Nederlands Courant gelijmd worden uit de in het (stief-)vaderland ‘onnutte’, ‘onbruikbare’, ‘mislukte’, ‘verlopen’ ‘sujetten’ … uit de ‘stoutmoedigen’, de ‘koenen’, de ‘kloeken’, de ‘stoeren’; uit de kerels, de durvers, de zwervers, de avonturiers, de … ‘Arditi’; die op torens klommen toen zij jongens waren, en waaruit gij, toen gij nog goede zakenmensen waart, de Ruyters en Trompen wist te maken (gij zijt slechte zakenmensen geworden…). Maar die staan op verloren post. En ook de vele flinke Hollanders in het Franse Vreemdelingenlegioen kunnen u dan niet meer helpen, volstrekt niet meer, omdat het dan te laat is…

En wat zou dan ook de gemiddelde Nederlandse soldaat aanleiding geven, zijn ‘hachie’ te wagen? Hij is als gij, gij zijt het zelf. En wie zal zijn leven wagen voor tuchteloosheid, huichelarij en duitendieverij? Ook gij immers niet – en ook ik niet. En dáárvan alleen zijn staat en vorstin op het ogenblik het symbool. Wie zijn leven niet wil wagen voor het Holland-van-heden behoort te verdwijnen, en zál verdwijnen, zéker, ‘zo’ of ‘zo’. Wat wil men liever? Misschien is er nog keus. Misschien. Als er nog zijn, die hun ‘hachie’ voor het Holland-van-morgen willen wagen.

Ik weet wel: de zuidelijke provinciën, Limburg, Brabant, Zeeland (‘het donkere zuiden’, zegt men), zijn sterker, gezonder … Vlaamser, dus … Belgischer. Ja schreeuw maar, er zijn twee mogelijkheden en niet één meer: óf Zeeland, Brabant en Limburg Belgisch, óf Vlaanderen (de ‘zuidelijke’ of ‘Oostenrijkse’ Nederlanden) Nederlands. De Walen weten en zeggen dat, wij niet. Want zoiets te weten en te zeggen, dat is … gevaar, en het gevaar is immers de ondergang. Nee, niet het gevaar is de ondergang, de vrees voor het gevaar is de ondergang! Ja, het lijkt u veiliger als alles blijft precies zoals het juist op dit onvolvloekbaar ogenblik is. Stilstaan: er is geen stilstaan, er is groeien en vergaan!”

Erich Wichman, Het fascisme in Nederland (1925).

N-SA

  • Over Ons
  • Meedoen
  • This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.
  • +32(0)476/39.83.66
  • Inloggen

Info

Web 2.0

Hou het laatste nieuws bij!

RSSFacebookTwitter