Solidarisme.be

twitter 64x64rss 64x64facebook 64x64

Home

Tuesday22 August 2017

Wednesday, 08 April 2009 16:58

Vijandige overname? Europees rechts en de “Israël-connectie”

Written by 

Vijandige Overname?

In het nationale kamp is een verwarring tussen het theoretische en het praktische merkbaar. Daar geen systematische scholing plaatsvindt, wordt de ideologische vorming aan het toeval overgelaten, afhankelijk van de boeken, artikels of pamfletten welke men her en der in de handen geduwd krijgt.

De veelheid aan patriotten, nationalisten, conservatieven, socialisten, revolutionairen, nieuw-rechtsen, Europese nationalisten etc. binnen hetzelfde kamp – ja, zelfs binnen een partij die zich als partij met Weltanschauung definieert – zorgt er niet voor dat er een rijkdom aan geestelijke stromingen is, maar juist een gebrek aan intellectuele discipline. Wat te doen? De beste, maar moeilijke oplossing luidt: hard aan de indoctrinatie van een kader werken en het geleerde onderscheidend naar buiten laten treden. De makkelijke oplossing luidt: capituleren op het ideologische front. Men bemoeit zich slechts oecumenisch met een gemeenschappelijke noemer te construeren waarin iedereen zijn lievelingsslogan terugvindt, wat de verwarring verder doorzet en nog meer schade aanricht op termijn.



Ook de ideologische monopolisering door de indoctrinatieleider wekt wantrouwen: de blinden leiden de blinden. Gelukkig biedt de symboliek een compensatie: wat niet expliciet door ideologie gedekt wordt, kan door een ‘liturgie’ bereikt worden. Ook de vaak neerbuigend behandelde dweepzucht heeft een educatieve waarde: altijd en overal worden politieke en morele houdingen door het opvissen van de geschiedenis overtuigend bemiddeld. Helaas schijnt de tegenstander deze kunst beter te begrijpen dan de vele onderdelen van het nationale kamp.

De theoretische verwarring zet zich in het praktische voort: uit gebrek aan ervaring en inspirerende voorbeelden ageert men zonder overleg zij het uit gewoonte, dan wel uit impulsiviteit. Zonder zich om de demoskopie (opiniepeiling, nvdr.) te bekommeren, zonder opheldering van de feitelijke omstandigheden, worden activiteiten in het wilde weg georganiseerd, als Palestijnse raketten. Daarnaast discussieert men veel en dan nog vooral over strategie en tactiek.

Daarnaast wordt de strategie (allianties met andere groeperingen, ontwikkeling van nieuw doelpubliek, etc.) een waarde toegekend, die de bescheiden mogelijkheden van het nationale kamp overstijgt. Zoals in het schaakspel gaat de strategie vooraf aan het stadium waarin het een praktische betekenis krijgt. Wanneer de amateur zich voorbereidt op een herdersmatje, maar daarbij zijn eigen stukken onbeschermd laat, zal hij onvermijdelijk verliezen – voor hem is er slechts de tactiek, die de overwinning van de nederlaag onderscheidt. Analoog daaraan: zolang een partij geen gewicht in de nationale weegschaal kan leggen, is tactiek doorslaggevend.

Bij elke confrontatie loopt het prijsgeven van informatie fataal uit. Over specifieke strategieën en tactieken durft men niet openlijk discussiëren, daarvoor is het kader verantwoordelijk. Goebbels had de heruitgave van ‘Der Angriff’ met een tactische zet ingeleid, maar de grap zat hem er juist in de hele zaak tot het laatste moment geheim te houden. Zolang de confrontatie aanhoudt, spreekt de strijder niet over strategie en tactiek, hij doet het gewoon. Wie openlijk daarover zijn mond opentrekt, verraadt daarmee dat hijzelf zijn eigen plan niet serieus neemt.

Wanneer een partij verwarring meemaakt, trekt deze daarmee de aandacht van andere krachten, die de situatie op hun beurt misbruiken.

In het doodlopend straatje van de systeemmedia

Elke wens vraagt een concrete invulling. Waarom zou een burger wensen voor een relatief kleine en onbekende partij te stemmen? Kenmerkend aan het kapitalisme is de private controle over het productiewezen. Kenmerkend aan de parlementaire democratie is de controle over de media, die als een machine collectieve invulling produceert. Zonder media is het langzaam, kostelijk of onmogelijk, stemmen in grote getale te winnen.

En zodoende belanden de nationalen in een doodlopend straatje. De media zwijgen of berichten negatief. De demonstraties kunnen weinig verwezenlijken, zolang met het gedogen van de machthebber tegendemonstraties toegelaten worden. Zodoende lijkt een alternatieve partij volledig afgesneden van potentiële kiezers.

Hoe kunnen nationalisten dit probleem aanpakken? Aangezien het richtingloze gepruts geen oplossing biedt, vervallen ze vervolgens in illusies: “Wanneer de media eerlijk over ons berichten! Wanneer ze ons toelaten op talkshows! Wanneer wij niet met vragen van gisteren voortdurend in het defensieve gegooid worden! Dan kunnen we eindelijk zetelen in de Kamer, in het Europarlement, in de regerende coalities…”

Zoals de kerk haar Aggiornamento heeft, bedrijven deze opportunisten de modernisering. Hun oplossing bestaat uit een afzwakking van het ideologische, een verandering van de “liturgie”, een afkeer van de geschiedenis ten gunste van een aanwending van de actuele vraagstukken. Als voorbeeld kunnen we hier de Saksische NPD-afgevaardigde (MdL) dr. Johannes Müller aanhalen, die in een bijdrage aan de ZDF-Heute uitzending van 12 februari onder de titel “Over het verval van de NPD” verkondigt: “Wij vertegenwoordigen, en ik mag dat ook over mij persoonlijk zeggen, een nationaal-conservatieve politieke visie”.

Ontideologisering = Politieke Opoffering


Wij zullen hier even van principegetrouwheid afzien. De ervaring met verschillende groeperingen noopt ons tot de conclusie dat in Duitsland een dergelijke houding gedoemd is te falen. Daarom volgt hier een redenering, welke men best ter harte nemen kan:

1. Een partij is slechts een middel tot een doel.
2. De ideologie van een politieke groepering bepaalt diens objectieve doelen.
3. Zodoende betekent een afzwakking van het ideologische component tevens een afzwakking van de objectieve doelen.
4. Waar de objectieve doelen afgezwakt worden, nemen de subjectieve doelen de bovenhand, en dus de individuele belangen.

Zo zal een ontideologisering ertoe leiden dat wat ooit een partij met Weltanschauung was, nu een radicale transformatie ondergaat, welke van deze partij uiteindelijk niet meer dan een belangengemeenschap maakt.

Kan zo’n belangengemeenschap vervolgens succes hebben? Neen.

Dit alleen al aangezien een randpartij – met of zonder ideologie – een concurrent betekent voor de gevestigde partijen en zodoende van het toneel geweerd wordt. Dit soort modernisering kunnen we als zoete dromen afschrijven, ware het niet dat andere machtsfactoren meespelen. Enkele indicaties duiden daarop.

Paradigmawissel: 11 September

Onder de algemeen bekende spectaculaire omstandigheden herdefinieerde de VSA haar vijand in 2001. Vanaf dat moment zou islamterrorisme - Afghanistan en Irak dus - de nieuwe bedreiging voor het Westen vormen. Na deze twee oorlogen staat Iran boven aan het lijstje. Desalniettemin worden de VSA noch Israël bijzonder bedreigd door de islamitische invasie in Europa.

Dit zou veranderen in 2005, toen Frankrijk haar eerste Intifada beleefde. Het werd duidelijk dat een verislamiseerd Europa het geopolitieke conflict zou verplaatsen en de orde van de westerse waardegemeenschap in gevaar zou brengen. Een verdediger van de multiculturele gemeenschap kan niet frontaal tegen de vervreemding in gaan, maar indirect is een manoeuvre goed mogelijk. Op verschillende plaatsen begonnen zionistische groeperingen de eerste voorzichtige contacten te leggen met de nationale groeperingen van Europa, die tot dat moment nog als extreemrechts golden.

In Italië en Oostenrijk waren hier reeds langer de funderingen voor gelegd, in Frankrijk schaarde men zich achter Sarkozy. Andere zones moesten nog bewerkt worden. Er verschenen hoe langer hoe meer webstekken tegen de islam, met de subtiele, dan wel krasse boodschap dat Israël de natuurlijke lotgenoot is van Europa en daarom een modern rechts goed kan ondersteunen. Zelden werd deze logica alleszins zo open en eerlijk tentoongesteld, als op het “Politically-Incorrect”-nieuwskanaal dat zichzelf als “pro-Amerika, pro-Israël en tegen de islamisering van Europa”’ uitspreekt ( http://www.pi-news.net). Uitgesproken publicaties onderstrepen deze mening, culturele verenigingen werden opgericht en rechtse politieke partijen werden aangesproken.

De contacten reiken - als ware het twee onafhankelijke en betrouwbare bronnen - van losse groeperingen in Spanje tot de British National Party en het Vlaams Belang. Daaruit ontstond een informeel pact – welke men best als samenspel over het overbrengen van signalen kan omschrijven – en nog wel met de volgende inhoud:

1. De nationale groepering of partij zal tonen, dat ze zich distantieert van het Derde Rijk (alsmede revisionisme) en zich concentreert op de bestrijding van de islamisering in Europa.
2. De groep of partij zal geen kritiek over de Israëlische politiek uitspreken.
3. In ruil krijgt men media-aanwezigheid met relatief objectieve berichtgeving.

We zullen vanaf heden dit samenspel van rechtse Europese partijen bestempelen als de ‘Israël-connectie’. Met dit pact is het doodlopende straatje van de nationalen overwonnen en de weg naar het parlement geopend. Wat begon als het subjectief gelobby van individuen, dreigt nu in Realpolitik te eindigen. Of de nationalisten daarmee hun politieke identiteit opofferen en zich in een belangengemeenschap terugvinden, daarover zullen de Realpolitiker zich geen zorgen over maken.

Helaas stapelen de indicatoren die op deze gang van zaken wijzen zich op. Wij zullen ons beperken tot vier feiten: In het jaar 2006 sticht een zekere heer Brinkmann, een Zweedse speculant, een zogezegd tot culturele doelen strevende “Kontinent Europa Stiftung” (KES), die de nationaal-identitaire denkers van Europa moest verenigen. De veertigjarige Brinkmann had tot dat moment geen politieke biografie, geen academische vorming, zelfs geen autodidactische. De paar schrijfsels die onder zijn naam bestonden bleken van een ghostwriter te komen en slechts zelden handelden ze over een “modernisering” en een noodzakelijke breuk met “de vragen van gisteren”. In Zweden had de filantroop een proces wegens belastingsontduiking; plots verplaatst hij onder dubieuze omstandigheden zijn verblijfsplaats naar Berlijn. (Zie ook: http://www.die-to-pnews.de/schwedischer-rechtsextremist-brinkmann-kauft-villa-in-berlin-312248)

Tot heden kent de KES structuur, noch statuten. Het effectief blijft voorlopig staan op een enkele representatieve bijeenkomst en de heruitgave van twee boeken. Aanvankelijk wilde de KES de uitgeverij van Thule-Seminar overnemen, wat echter op weerstand van Pierre Krebs stuitte. Zowat alle ‘vooraanstaanden’ van de KES (Gerd Sudholt, Krebs en Vial) hebben de stichting inmiddels verlaten. (Pierre Vial blijft zonder toestemming op de webstek van de KES - www.kontinent-europa-stiftelsen.org - als lid van de directie staan). Tot dusver het eerste feit.

Guillaume Faye wisselt van kant


In Frankrijk verscheen in juli 2007 in Les Editions de Lore het nieuwste boek van Guillaume Faye: “La Nouvelle Question Juive”. De algemene tendens van het werk is dat de joodse geest dicht bij de Griekse staat, de islam Europa’s vijand is en revisionisme uit een methodologische absurditeit bestaat. Het boek beweent in alle toonaarden de “Shoah”. Een boekbespreking van Jürgen Graf droeg de treffende titel: “Afscheid van Guillaume Faye”. (“Abschied von Guillaume Faye”, ook naar het Engels vertaald onder de titel “The End of Guillaume Faye” – nvdr.) De in Russische ballingschap levende revisionist Graf reist vormelijk van zijn stoel en stelt duidelijk dat er voor hem geen plaats meer kan zijn in het rechtse spectrum.

Pierre Vial verklaarde openlijk dat hij en Faye voortaan gescheiden wegen uit zullen gaan. Het is ten slotte belangrijk te weten dat sinds het uitkomen van dit werk Faye wekelijks ontvangen en bemoedigd wordt door ene Emmanuel Levy, een in Frankrijk aangestelde Israëlische diplomaat.

Slechts enkele maanden later, tegen september 2007, verscheen in Duitsland, het door de KES uitgegeven en onder het pseudoniem Gideon Harvey geschreven boek “Vijandige Overname? De strijd van de islam om Europa”. Ook dit boek beweent in alle toonaarden de Shoah.

Vanzelfsprekend wordt hierin de islamisering van Europa aangekaart, maar daarvoor worden een hele resem dusdanig onvoorstelbare concessies gemaakt; die tot dat moment niemand in het Duitse nationale milieu openlijk had durven stellen. Krebs en Vial hebben terecht geoordeeld: “Dit werk is intellectueel grotesk en wereldbeschouwelijk zenuwtergend, een onbeholpen hutsepot van gruwelpropaganda en Bijbels fundamentalisme”.

Niet alleen werden bij Harvey de bekende ergernissen en gevestigde clichés herhaald en overtroffen, het filosemitisme werd tot op de spits gedreven, zowel uit religieuze als politieke motieven. Als motto haalt Harvey een citaat van de joodse auteur L. Schwarzschild aan: “Sedert jaren hebben we geen blad voor de mond genomen over het feit dat de bolsjewisering van Europa van primair belang is, de oersyfilis, zonder dewelke het nooit tot de bijsyfilis van fascisme en nazisme gekomen was” (p.18).

En vanzelfsprekend zal elke gezonde mens zich ook van de bijsyfilis distantiëren, zoals in het bovenvermeld pact verlangd wordt.

Op pagina 144 vraagt Harvey: “Ook de gewelddaden tegen het volk van de oude provincies duiden op een stijgende tendens (…) Hoe zal het dan met de joodse minderheid aflopen, wanneer deze republiek tegen 2030 in islamitisch vaarwater kiepert?”

Was dat het kritisch hekelpunt of nog niet? Ook over de actualiteit vinden we informatie: “De Israëlische militaire historicus van Creveld beschrijft [de situatie] als volgt: “We hebben de mogelijkheid de wereld met ons de afgrond in te trekken. En ik kan u verzekeren dat dit zal gebeuren, nog voordat Israël ondergaat” (p. 105).

“En dit kan sneller gebeuren dan de Europese vredesbeweging lief is. De Iranese president Mahmoud Ahmedinejad heeft (…) opnieuw verkondigd dat de aftelling tot de vernietiging van Israël begonnen is. De apocalyptische dimensie van de wereldgeschiedenis [sic] komt op de vraag neer of Israël nog zal wachten of de aanslagen tegen de Iranese uraniumverrijkinginstallaties zal doorvoeren” (p.105).

Ook indien de onbeholpen Harvey het te bont voor woorden maakt, kunnen we dankzij hem een voorproefje krijgen van hoe een modernisering eruit kan zien en uit welke hoek deze zal komen.

DS en GfP: Kritiek niet gewenst


Ondanks het protest uit Spanje, Frankrijk en Duitsland weigerde de KES het boek uit de roulatie te nemen. Deutsche Stimme (DS) nam het boek uit haar catalogus, maar elke kritische bespreking werd onderdrukt. De toenmalige DS-hoofdredacteur Szymanski deelde op 4 februari 2008 aan de auteur mee:

“Ik heb de Harvey-aangelegenheid met de heer Apfel besproken. We willen ons terughoudend opstellen, aangezien de heer Molau [initiator en vooraanstaand lid van de KES] er indirect betrokken bij is als NPD-bestuurslid en er geen onnodig conflict binnen de partij moet uitgelokt worden”.

Jawel, eerst terughoudendheid, aangezien het gaat over een bestuurslid en een kraai niet het oog van een ander uitpikt. En zou een wetenschappelijke recensie werkelijk een conflict binnen de partij uitgelokt hebben? Dan schijnt het hier om een zeer gewichtige kwestie te gaan! Natuurlijk had de heer Molau, ook als voorzitter van de GfP zijnde, er grote belangen bij dat Harvey-boek onder zijn vleugels te nemen en trok bij de jaarlijkse GfP-bijeenkomst in 2008 alle registers open om het niet tot een discussie over Harvey’s “Vijandige Overname” te laten komen. Wat kan zoveel engagement betekenen? Wat het ook zij, dit was het derde feit.

Het jaar 2007 was verwonderlijk. Een 45-minuten lange uitzending op de NDR, getiteld “De nieuwe nazi’s” (NDR, 15.10.2007, 23 uur), was zelfs ontzettend. Men presenteerde Udo Pastörs met kritische aanmerkingen, maar anderzijds ook met een waarachtige en nog nooit geziene objectiviteit. Met zulke kritische berichtgeving kan men goed leven: ook wanneer 80% van de kijkers een slechte mening vormt, zal dat bij 10% anders liggen. Zo heeft men voor het eerst media-aanwezigheid gehaald. Was dit een voorproefje om aan te tonen wat men met bovenvermeld pact nog bereiken kan?

We zullen voor de goede gratie Gods Udo Pastörs niet meteen afschrijven, maar we kunnen ons toch wat kritische vragen bij de man zijn hofhouding stellen: Andreas Molau werd na zijn falen in de regionale verkiezingen van 2008 in Neder-Saksen de persverantwoordelijke voor de NPD-Fractie te Schwerin. Peter Marx, door de Saksische NPD-afgevaardigde Peter Klose vlakaf als “Jud Süß” bestempeld (http://www.npd-zwickau.de/blog/?p=477), is fractievoorzitter in Schwerin. Het palmares van Marx in zijn rol als de manipulator (“Strippenzieher”, nvdr.) binnen de NPD van de afgelopen twee decennia is een eigen verhandeling waard, die echter niet meer zal doen dan de hier open gezette deuren intrappen. Marx heeft daarbij de parlementaire werking van de NPD gestuurd en ervoor gezorgd dat de parlementaire opvoeringen van de NPD alles behalve revolutionair waren. Hoe dan ook, dit was het vierde feit. Indicatoren kunnen los van elkander als kleinigheden afgeschreven worden, maar een opsomming begint toch wel te tellen.

Adenauer bood Generaal-majoor Remer regeringsdeelname aan, indien hij de ondergeschikte rol van de Bundeswehr aan de NAVO goedkeurde. Een compromis kan dus ook als Realpolitik gelden. Maar Remer was een mens van een ander allooi, hij antwoordde met een nee.

Een mens van een allooi dat zeer zeldzaam geworden is in deze tijden van ondergang: de democratische homunculus is erop geprogrammeerd dat elke mens corrupt, omkoopbaar, laf en chanteerbaar wordt, net als hijzelf. Zijn er vandaag de dag nog uitzonderingen? Wellicht – en wellicht is Eckart Braüniger een van deze uitzonderingen.

In een stellingname over de huidige situatie van de partij op 15/01/09 sprak hij zich openlijk uit over wat velen in de partij denken, waarin hij de negatieve trends schaamteloos aan het daglicht stelde en zich duidelijk tegen Andreas Molau als mogelijke partijvoorzitter uitsprak. Bijzonder veel bijklank kreeg Braüniger met de volgende uitspraak: “Voor het openbaar maken van de kandidatuur van Andreas Molau waren nagenoeg alle hooggeplaatste functionarissen, van Holger Apfel over Peter Marx tot Udo Pastörs in zijn [Patrick Brinkmans, opm.] Berlijnse villa te gast. Hij zou 20 miljoen EUR steun hebben beloofd, indien Andreas Molau partijvoorzitter wordt.” Helaas kon Braüniger niet voldoende bewijs presenteren om zijn beweringen doorslaggevend te staven, wat echter niets aan de geïnclineerde optiek verandert dat leden van het partijbureau elkander treffen in het huis van een dubieuze miljonair en daar persoonlijke- en principiële vraagstukken van de NPD herschikken.

Molau’s 14 Thesen: Niets dan gebakken lucht…

Komisch dan wel tragisch genoeg wijst alles erop dat het anders zal verkeren. Zo slaan de pogingen tot vorming binnen de ‘nationale milieus’ om in een parodie van zichzelf. De kleinburgerlijke natuur doet geloven dat men daarmee aan ‘politikfähigkeit’ doet en blijk geeft van strategisch denken. Maar kijken we voorbij deze houding, dan zien we een teken van verwarring. Schakelen we ze aan deze houding, een teken van zwakte.

Het is om te beginnen een schrijnende dwaling, wanneer men in de politiek het model en het voorbeeld tegen elkander opzet of verkeerd uitlegt, alsof het een ideologische ballast ware, welke de potentiële kiezer kan afschrikken en daarom tot een dubieuze positie zou leiden.

De omvang van begrippen staat omgekeerd evenredig in verhouding tot de inhoud. Het generisch begrip‘organisme’ is inhoudelijk armer dan het specifieke begrip ‘vijand’, en daarom in omvang groter. Wanneer een verkenner zegt, dat is een organisme, hangt er relatief weinig risico aan, dan wanneer hij over een vijand bericht – daarvoor is zijn bijdrage ook te weinig informatief. Met de omgekeerde evenredigheid tussen omvang en inhoud is niet gezegd dat in de partijpolitiek een ideologische verarming het aantal kiezers zal doen toenemen; het kan zijn, dat in dit geval de partij überhaupt geen interesse meer opwekt. Een partij moet aanzien kweken en niet de riem aangetrokken worden. Dan eindigt immers datgene wat ooit als veelbelovende kracht aanving als afval – inderdaad, de gehele spiraal streeft naar boven / je denkt te duwen terwijl je wordt geduwd.

Vergelijkbare voorbeelden zijn er in overvloed: de in verval geraakte universiteit houdt op met eigen ideeën te ontwikkelen en vergenoegt zich met vreemde ideeën kant en klaar over te nemen; wanneer men zich hieraan ergert, dan is men in goed gezelschap. De commerciële media vervult de wensen van het publiek, de adverteerders en censoren, welke een eigen mening naar buiten dragen, kunnen de zaak schaden. Men wordt zodoende geduwd.

Naar een aloud spreekwoord is de kunst van de partijpolitiek de stemmen van de armen en het geld van de rijken te vergaren, om op die manier de een van de ander te beschermen. Meer diepgaande overwegingen is geen plaats voor.

In het ideologisch veld betekenen deze dooddoeners dat men de generische betekenis verkiest boven de specifieke. Wat betekent bijvoorbeeld een “Europees” nationalisme, wanneer men niet eerst een herdefiniëring van het nationalisme zelf maakt? Zal een “Europees” nationalisme niet uiteindelijk ontpoppen in een “nationalisme zonder natie”?

Alain de Benoist houdt de natiestaat voor voorbijgestreefd jacobinisme en omschrijft zijn positie graag als antiracistisch en antitotalitair. Hij houdt al geruime tijd de thesis hoog dat Europa en de Derde Wereld verbonden zijn in dezelfde strijd. Zo zal er ook weinig Europees aan een Europees nationalisme zijn. De Benoist ziet dan ook af van een remigratie van immigranten. De laatste tijd heeft hij er zelfs voor gepleit – net als Sarkozy –, de Middellandse Zee als “onze zee” te bestempelen, m.a.w., de zee voor alle volkeren van de Middellandse zee, niet alleen de Zuid-Europese. Als het Europese “ons” omgebogen wordt, dan zal het Europees nationalisme nationaal noch Europees zijn.

Andere “Europese nationalisten” – of simpelweg de Benoist-sympathisanten – willen hun nieuwe identiteit door kernwoorden als identiteit, traditie en soevereiniteit vorm geven. Wanneer men de omzetting hiervan naar de praktijk in Andreas Molaus “Vorming van een Nationaal Milieu – Veertien Thesen” (DS, januari 2009) bestudeert, ziet men dat eigenlijk enkel “identiteit” gedefinieerd wordt, en dat nog wel als het afwijzen van de islamisering van Europa.

Deze stelling is deels overbodig en deels misleidend. Deels overbodig, gezien de islamisering van Europa enkel als vorm van vervreemding kan bestempeld worden; ze is misleidend, gezien men een politieke categorie samenvoegt met een religieuze. En zijn de PRO-bewegingen niet, gezien ze etnische vreemdelingen op hun voorhoede plaatsen, uitgesloten voor het promoten van identiteit? Ja of neen?

De andere kernwoorden worden nog minder concreet aangehaald. In zijn thesen verstaat Molau onder “traditie” dat de nationale oppositie een deel van de historische ketting uitmaakt. Ahzo? Maar alle stromingen en entiteiten van deze wereld maken deel uit van de historische ketting. Remer, Stauffenberg, Die Weiße Rose… Wat behoort tot traditie en wat niet? Men blijft op zijn honger zitten.

Datzelfde kunnen we stellen over “soevereiniteit”. Wat moet dat betekenen, wanneer de auteur over het breken met de VN, NAVO, EU, Lissabon Verdrag etc. zwijgt? Zulke lege kernwoorden mogen voor marketingdoeleinden passen, maar niet als thesen, wat deze woorden toch zouden verdienen. Zulke begripsverarming gaat een verarming van de politiek voor, die uiteindelijk zal resulteren in een discours van zuivere anti-islamisering.

Als de ideologie het beleid niet bepaalt, zal het beleid de ideologie wel bepalen. Alles tezamen beoordeeld, blijken de moderniseerders simpelweg aangestoken te zijn. Ze willen het goede voorbeeld van het buitenland volgen, waarmee zo velen anderen postjes hebben weten te winnen.

Zo bij Faye, zo ook bij Harvey, maken rechtsnationalen zich sappel over de ontdekking van het anti-islamisme als gemeenschappelijke noemer. De bijeenkomst in Wenen eind januari 2009 met afgevaardigden van de FPÖ (Strache, Mölzer), PRO-bewegingen (Beisicht), figuren als Molau, Doegin etc. illustreert voorbeeldig een feest van ideologische aderlating.

Solidariteit met Israël

Zo verkondigde Strache, verwijzend naar de Gaza-oorlog, zijn solidariteit met Israël. We lezen in de media onvoorstelbare berichten over flexibele diplomatie door gevestigde machten, terwijl de PRO-aanhangers door de straten trekken met Israëlische vlaggen.

Bij het Vlaams Belang zijn evenzogoed moderniserende invloeden merkbaar. Hier wordt het zingen van politiek incorrecte liedjes bij private aangelegenheden vervolgd (zo werd Luc van Keerbergen wegens het zingen van een “antisemitisch” lied uit het Vlaams Belang gezet). Wil men daarmee in iemands gratie vallen?

Verwarde lieden proberen vertwijfeld zich met een minimumideologie gerust te stellen, die tenminste hun inspanningen beloont. Niet voor niets worden FPÖ en de Groenen aangehaald als voorbeelden van nationale modernisering.

De Duitsers die niet stemmen verdienen maar een overweging, zo simpel als dodelijk: “Wanneer ik voor u stem, verandert er voor de kandidaten veel, maar voor mij niets. Dus verkies jullie zelf maar zonder mij!”

Een fanatiekeling is iemand die zijn mening niet kan veranderen en niet van thema wil wisselen; deze kan met zijn koppigheid nog het een en ander verstoren. Een pragmaticus is iemand die van de wil is thema’s en meningen te veranderen: het moet iedereen kunnen bevallen. De sofisten zien in Socrates een fanatiekeling: “Je zegt altijd hetzelfde over hetzelfde”, werd tegen hem opgeworpen. Socrates antwoordde terug: “En u zegt niet hetzelfde over hetzelfde”.

Fanatiekelingen en pragmatici zijn twee extremen, maar niet gelijkwaardig. Waarschijnlijk kan men in deze wereld niets groots verwezenlijken zonder een deel fanatisme op te geven. Hopelijk houdt men dit in het achterhoofd, zou men deze weg bewandelen.


Dr. Carlos Dufour



Uit: Titel, Volk in Bewegung, nr. 1 2009

'Volk in Bewegung' verschijnt 6 maal per jaar. Een Europees jaarabonnement kost 22 EUR. Geïnteresseerde lezers kunnen terecht op www.volk-in-bewegung.de

Dit artikel is vertaald door de Nationalistische Vormingscel (NVC), onderdeel van de Nationalistische Studentenvereniging (NSV!). De vertaling is van het oorspronkelijk Duits naar het Nederlands. Het artikel verscheen oorspronkelijk onder de naam "Feindliche Ubernahme? Die europäische Rechte und die "Israel-Connection" ". De vertaling verscheen voor het eerst op de blog nationalisme.info. Geen onderdeel van deze vertaling mag overgenomen worden zonder expliciete vermelding van zowel de oorspronkelijke bron als "NVC, nationalisme.info" als vertaler.

 

Bron: nationalisme.info

N-SA

  • Over Ons
  • Meedoen
  • This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.
  • +32(0)476/39.83.66
  • Inloggen

Info

Web 2.0

Hou het laatste nieuws bij!

RSSFacebookTwitter