Solidarisme.be

twitter 64x64rss 64x64facebook 64x64

Home

Monday20 November 2017

Saturday, 13 June 2015 16:29

Het geval Dolezal en de psychologie van het moderne linksisme

Written by 

De psychologie van het moderne linksisme

6. Vrijwel iedereen zal het ermee eens zijn dat we leven in een ernstig gestoorde samenleving. Een van de meest verbreide uitingen van de gekte in onze wereld is het linksisme. Een discussie over de psychologie van het linksisme kan daarom dienen als inleiding tot een discussie over de problemen van de moderne samenleving in het algemeen.

7. Maar wat is linksisme? In de eerste helft van de twintigste eeuw kon het linksisme vrijwel gelijk worden gesteld aan het socialisme. Vandaag de dag is er sprake van een versplinterde beweging en is het vaag wie met recht een linksist kan worden genoemd. Als we het in dit stuk hebben over linksisten bedoelen we vooral socialisten, collectivisten, ‘politiek correcte’ types, feministen, homo- en gehandicaptenactivisten, dierenbeschermingsactivisten en wat dies meer zij. Maar niet iedereen die zich met deze bewegingen inlaat is een linksist. Wat we in ons betoog over het linksisme duidelijk willen maken is dat het hier niet zozeer gaat om een beweging of ideologie als wel om een psychologisch type, of, beter gezegd, een verzameling van aan elkaar verwante typen. Wat we bedoelen met ‘linksisme’ zal dan ook duidelijker naar voren komen als we het gaan hebben over de linksistische psychologie (zie ook paragraaf 227-230).

8. Wat we precies onder linksisme verstaan zal desondanks lang niet zo duidelijk worden als we zouden willen, maar daar lijkt niets aan te doen. We proberen alleen maar ruwweg aan te geven welke twee psychologische neigingen in onze ogen de belangrijkste drijfveren zijn van het moderne linksisme. In geen geval pretenderen we de VOLLEDIGE waarheid te vertellen over de linksistische psychologie. Bovendien betreft ons betoog alleen het moderne linksisme. We gaan niet in op de vraag in hoeverre onze uiteenzetting van toepassing is op linksisten uit de negentiende en het begin van de twintigste eeuw.

9. De twee psychologische neigingen die aan het moderne linksisme ten grondslag liggen, noemen we ‘minderwaardigheidsgevoelens’ en ‘oversocialisering’. Minderwaardigheidsgevoelens zijn typerend voor het moderne linksisme als geheel, terwijl oversocialisering alleen kenmerkend is voor een bepaald deel van het moderne linksisme; maar wel voor een zeer invloedrijk deel.

Minderwaardigheidsgevoelens

10. Met ‘minderwaardigheidsgevoelens’ bedoelen we niet alleen gevoelens van minderwaardigheid in de strikte zin van het woord, maar ook een heel spectrum van aanverwante eigenschappen: gebrek aan zelfrespect, gevoelens van machteloosheid, depressieve neigingen, defaitisme, schuldbesef, zelfhaat, enzovoorts. We stellen dat moderne linksisten neigen tot deze gevoelens (mogelijk in meer of mindere mate onderdrukt), en dat die gevoelens bepalend zijn voor de richting waarin het moderne linksisme zich ontwikkelt.

11. Wanneer iemand bijna alles als denigrerend beschouwt wat over hem wordt gezegd (of over groeperingen waarmee hij zich identificeert), concluderen we dat hij minderwaardigheidsgevoelens heeft, of een gebrek aan zelfrespect. Deze neiging is duidelijk aanwezig bij pleitbezorgers voor de rechten van minderheidsgroepen, ook als ze zelf geen deel uitmaken van de groepen waarvoor ze opkomen. Ze zijn overgevoelig voor de termen waarmee minderheden worden aangeduid. De termen ‘neger’, ‘oosterling’, ‘invalide’ of ‘griet’ voor een Afrikaan, een Aziaat, een gehandicapte of een vrouw, hadden oorspronkelijk helemaal geen negatieve bijbetekenis. ‘Wijf’ en ‘griet’ waren gewoon de vrouwelijke equivalenten van ‘vent’, ‘gozer’ of ‘kerel’. De negatieve connotaties zijn aan deze termen verbonden door de activisten zelf. Sommige pleitbezorgers van dierenrechten gaan zelfs zo ver dat ze het woord ‘huisdier’ afwijzen en eisen dat je ‘dierlijke medebewoner’ zegt. Linksistische antropologen wringen zich in allerlei bochten om toch vooral niets over primitieve volkeren te zeggen dat misschien wel als negatief zou kunnen worden opgevat. Ze willen ‘primitief’ vervangen door ‘zonder schrift’. Ze lijken wel paranoïde over alles wat de indruk zou kunnen wekken dat er primitieve culturen bestaan die minderwaardig zijn aan de onze. (We willen niet beweren dat primitieve culturen minderwaardig ZIJN aan de onze. We geven alleen maar aan hoe overgevoelig linksistische antropologen zijn.)

12. De hoogste mate van gevoeligheid voor ‘politiek incorrect’ taalgebruik vind je niet bij de doorsnee zwarte gettobewoner, Aziatische immigrant, mishandelde vrouw of gehandicapte, maar bij een minderheidsgroep van activisten, van wie velen niet eens behoren tot een ‘onderdrukte’ groep, maar juist tot de bevoorrechte lagen van de samenleving. Echte bolwerken van politieke correctheid vind je onder hoogleraren met een vaste baan en een riant salaris, merendeels heteroseksuele, blanke mannen uit de middenklasse.

13. Veel linksisten identificeren zich verregaand met de problemen van groepen die de naam hebben zwak te zijn (vrouwen), overwonnen (Amerikaanse Indianen), afstotelijk (homoseksuelen), of anderszins minderwaardig. De linksisten vinden deze groepen zélf minderwaardig. Ze zullen zichzelf nooit bekennen dat ze dergelijke gevoelens hebben, maar juist omdat ze deze groepen als minderwaardig beschouwen, identificeren ze zich met hun problemen. (We willen niet beweren dat vrouwen, indianen en anderen minderwaardig ZIJN; we maken alleen iets duidelijk over de linksistische psychologie.)

14. Feministen zijn er enorm op gebrand om te bewijzen dat vrouwen net zo sterk en capabel zijn als mannen. Ze zijn kennelijk doodsbenauwd dat vrouwen misschien wel NIET zo sterk en capabel zijn als mannen.

15. Linksisten hebben vaak een afkeer van alles waar kracht, goedheid of succes van afstraalt. Ze hebben een hekel aan Amerika, aan de Westerse beschaving, aan blanke mannen, aan rationaliteit. De redenen die linksisten noemen voor hun haat tegen het Westen, etc., komen duidelijk niet overeen met hun ware motieven. Ze ZEGGEN dat ze de pest hebben aan het Westen omdat het oorlogszuchtig is, imperialistisch, seksistisch, etnocentrisch enzovoorts, maar als dezelfde tekortkomingen voorkomen in socialistische landen of in primitieve culturen, praat de linksist deze goed. Hooguit geeft hij KNARSETANDEND toe dat dat ze bestaan; terwijl hij deze misstanden ENTHOUSIAST aan de kaak stelt (en ze daarbij meestal zwaar overdrijft) als ze voorkomen in de Westerse beschaving. Het is dus duidelijk dat deze gebreken voor de linksist niet de werkelijke reden vormen voor zijn afkeer van Amerika en het Westen. Die afkeer wordt veroorzaakt door de kracht en het succes van Amerika en het Westen.

16. Termen als ‘zelfvertrouwen’, ‘onafhankelijkheid’, ‘initiatief’, ‘ondernemingszin’, ‘optimisme’ spelen nauwelijks een rol in het progressieve en linksistische vocabulaire. De linksist is anti-individualistisch, pro-collectivistisch. Hij wil dat de samenleving alle problemen voor iedereen oplost, voor iedereen zorgt. Hij is niet iemand die vertrouwt op zijn eigen kunnen om zijn eigen boontjes te doppen en zijn eigen behoeften te bevredigen. De linksist moet niets hebben van wedijver, omdat hij zich diep in zijn hart een mislukkeling voelt.

17. Uit de kunst waartoe moderne linksistische intellectuelen zich aangetrokken voelen, spreekt meestal iets van smerigheid, verslagenheid of wanhoop; de toon kan ook orgiastisch zijn: met het afwerpen van de rationele beheersing wordt de hoop opgegeven om via rationele afweging iets tot stand te kunnen brengen. Het enige wat rest, is je overgeven aan de sensaties van het moment.

18. Hedendaagse linksistische filosofen hebben de neiging om rede, wetenschap en objectieve werkelijkheid te verwerpen. Ze houden vol dat alles cultureel bepaald is. Natuurlijk kun je grote vraagtekens zetten bij de grondslagen van wetenschappelijke kennis en bij de wijze waarop het begrip ‘objectieve werkelijkheid’ wordt gedefinieerd, als dat al mogelijk is. Maar het is duidelijk dat moderne linksistische filosofen zich niet beperken tot koel logisch denken en een systematische analyse van de grondslagen van kennis. Ze zijn emotioneel sterk betrokken bij hun aanval op waarheid en werkelijkheid. Zij vallen deze begrippen aan vanwege hun eigen psychologische behoeften. Om te beginnen dient hun aanval als uitlaatklep voor hun agressie en wordt, voorzover hun opzet slaagt, hun machtshonger erdoor bevredigd. Nog belangrijker is dat linksisten een afkeer hebben van wetenschap en rationaliteit omdat daarin bepaalde opvattingen als waar worden beschouwd (d.w.z. geslaagd, superieur) en andere als onwaar (mislukt, inferieur). De minderwaardigheidsgevoelens van de linksist zitten zo diep dat hij het niet kan verdragen als sommige zaken worden beoordeeld als geslaagd en superieur en andere als mislukt of inferieur. Dat is ook de uiteindelijke reden waarom veel linksisten het begrip geestesziekte van de hand wijzen en IQ-tests zinloos vinden. Linksisten moeten niets hebben van genetische verklaringen voor menselijke vermogens of gedragingen, omdat dergelijke verklaringen de schijn wekken dat sommige personen beter of minder zijn dan anderen. Linksisten stellen liever dat het aan de samenleving te danken of te wijten is wat iemand voor vermogens of gebreken heeft. In die opvatting is iemands ‘inferioriteit’ niet zijn eigen schuld, maar de schuld van de samenleving, omdat hij niet goed is opgevoed.

19. De typische linksist uit zijn gevoelens van minderwaardigheid niet door op te scheppen, alleen aan zichzelf te denken, anderen te koeioneren, zichzelf aan te prijzen of over lijken te gaan. Zo iemand gelooft nog een beetje in zichzelf. Hij schiet tekort in het besef van zijn eigen macht en in zijn gevoel van eigenwaarde, maar hij weet nog wel dat hij sterk over kan komen, en zijn pogingen om sterk over te komen, leiden tot zijn onaangename gedrag (1). Maar de linksist is daarvoor al te ver heen. Zijn gevoelens van minderwaardigheid zitten er zo diep ingebakken dat hij zichzelf niet kan zien als een sterk en waardevol individu. Vandaar het collectivisme van de linksist. Hij kan zich alleen sterk voelen als lid van een grote organisatie of een massabeweging waarmee hij zich identificeert.

20. Let op de masochistische trekjes van linksistische actievormen. Linksisten protesteren door voor voertuigen te gaan liggen, ze dagen politie en racisten doelbewust uit om hen te mishandelen, et cetera. Deze actievormen zijn misschien wel vaak effectief, maar veel linksisten gebruiken ze niet als middel om een doel te bereiken maar omdat ze DE VOORKEUR GEVEN aan masochistische actievormen. Zelfhaat is een linksistische eigenschap.

21. Linksisten mogen dan wel beweren dat hun activisme is ingegeven door mededogen of morele principes, en inderdaad spelen morele principes een rol bij de linksist van het overgesocialiseerde type, maar mededogen en morele principes kunnen nooit de belangrijkste drijfveren zijn voor linksistisch activisme. Daarvoor is linksistisch gedrag te agressief en te zeer gericht op het verwerven van macht. Bovendien is bij het meeste linksistische gedrag niet rationeel afgewogen of het wel ten goede komt aan de mensen die de linksisten zeggen te willen helpen. Als iemand bijvoorbeeld vindt dat positieve actie goed is voor zwarten, heeft het dan zin om in agressieve en dogmatische bewoordingen positieve actie te eisen? Het is natuurlijk productiever om een diplomatieke en verzoenende toon aan te slaan en op zijn minst verbaal en symbolisch concessies te doen aan blanken die menen dat deze programma’s discriminerend voor hen zijn. Maar linksistische activisten kiezen niet voor een dergelijke benadering, omdat die hun emotionele behoeften niet zou bevredigen. Zwarten helpen is niet hun werkelijke doel. Integendeel, rassenproblemen dienen voor hen als excuus om hun eigen agressie en gefrustreerde hang naar macht te uiten. Door zo te handelen schaden ze in feite de zwarten, omdat de agressieve houding van de activisten jegens de blanke meerderheid de rassenhaat versterkt.

22. Als onze samenleving helemaal geen maatschappelijke problemen kende, zouden de linksisten problemen moeten UITVINDEN om zich ergens druk over te kunnen maken.

23. We benadrukken nog eens dat het voorafgaande niet bedoeld is als een nauwgezette beschrijving van iedereen die kan worden beschouwd als een linksist. Het is slechts een ruwe schets van een algemene tendens in het linksisme.

Oversocialisering

24. Psychologen gebruiken de term ‘socialisering’ voor het proces waarin kinderen wordt geleerd om te denken en te handelen zoals de maatschappij dat wil. Iemand wordt goed gesocialiseerd genoemd als hij gelooft in en zich houdt aan de normen en waarden van die maatschappij, en goed functioneert binnen die maatschappij. Het lijkt onzinnig om te beweren dat veel linksisten overgesocialiseerd zijn. De linksist wordt immers beschouwd als een rebel. Toch is deze opvatting wel te verdedigen. Veel linksisten zijn niet zo rebels als ze lijken.

25. De normen en waarden van onze samenleving eisen zo veel van ons, dat niemand volledig volgens de heersende moraal kan denken, voelen en handelen. We worden bijvoorbeeld geacht niemand te haten, maar vrijwel iedereen haat ooit wel eens iemand, of hij het zichzelf nu wil bekennen of niet. Sommige mensen zijn zozeer gesocialiseerd dat hun streven om moreel te denken, voelen en handelen als een zware last op hun schouders drukt. Om zich niet schuldig te voelen moeten ze voor zichzelf voortdurend de schijn ophouden, en morele verklaringen zien te vinden voor gevoelens en handelingen die in werkelijkheid een niet-morele oorsprong hebben. We noemen zulke mensen ‘overgesocialiseerd’ (2).

26. Oversocialisering kan leiden tot een gebrek aan zelfrespect, een gevoel van machteloosheid, defaitisme, schuldgevoel, et cetera. Een heel belangrijke vorm van socialisering in onze maatschappij is kinderen te leren dat ze zich moeten schamen over gedrag of taalgebruik dat ingaat tegen de verwachtingen van de samenleving. Als dit te ver wordt doorgedreven, of als een bepaald kind erg vatbaar is voor zulke gevoelens, gaat hij zich uiteindelijk schamen voor ZICHZELF. Bij een overgesocialiseerd persoon worden denken en handelen bovendien meer beperkt door de maatschappelijke verwachtingen dan bij een minder gesocialiseerd persoon. De meeste mensen vertonen behoorlijk wat ‘ondeugend’ gedrag. Ze liegen, plegen kleine diefstallen, overtreden verkeersregels, lopen er op het werk de kantjes van af, ze haten iemand, ze zeggen gemene dingen, of ze gebruiken een of ander achterbaks trucje om een ander voor te zijn. De overgesocialiseerde mens doet dat soort dingen niet, en als hij ze wel doet, levert dat gevoelens van schaamte en zelfhaat op. De overgesocialiseerde mens kán niet eens zonder schuldbesef iets denken of voelen wat in strijd is met de heersende moraal; hij laat geen ‘onzuivere’ gedachten toe. En bij socialisering gaat het niet alleen om morele zaken; we worden ook gesocialiseerd om ons aan gedragsnormen te houden die niet onder het kopje ‘moraal’ thuishoren. Zo wordt de overgesocialiseerde persoon psychologisch geknecht en snelt hij zijn leven lang voort over rails die de samenleving voor hem heeft aangelegd. Veel overgesocialiseerde mensen voelen zich hierdoor geremd en machteloos, en kunnen daar ten zeerste onder gebukt gaan. Oversocialisering lijkt ons een van de ergste wreedheden die mensen elkaar kunnen aandoen.

27. Wij stellen dat een groot en invloedrijk deel van modern links overgesocialiseerd is, en dat die oversocialisering in hoge mate de koers van het moderne linksisme bepaalt. Linksisten van het overgesocialiseerde type zijn meestal intellectuelen, of behoren tot de hogere middenklasse. Merk op dat intellectuelen op universiteiten (3) het meest gesocialiseerde segment van de samenleving vormen, en ook het meest linkse segment.

28. De linksist van het overgesocialiseerde type probeert zich van zijn psychologische leiband te ontdoen en zijn autonomie te bekrachtigen door te rebelleren. Maar meestal is hij niet sterk genoeg om tegen de meest fundamentele waarden van de maatschappij in opstand te komen. Over het algemeen zijn de doeleinden van hedendaagse linksisten NIET in strijd met de gangbare moraal. Integendeel, links neemt een algemeen aanvaard moreel principe over, maakt het zich eigen, en beschuldigt vervolgens de samenleving van schending van dat principe. Voorbeelden: rassengelijkheid, gelijkheid der seksen, hulp aan de armen, vrede als tegengesteld aan oorlog, geweldloosheid in het algemeen, vrijheid van meningsuiting, diervriendelijkheid. Op fundamenteler niveau gaat het dan om de plicht van het individu om de samenleving ten dienste te zijn en de plicht van de samenleving om voor het individu te zorgen. Al deze waarden zijn al lange tijd diep geworteld in onze samenleving (of op zijn minst in de middelste en hogere lagen van de bevolking) (4). Deze waarden worden expliciet of impliciet uitgedragen of als aanvaard verondersteld in het materiaal dat ons wordt aangereikt door de gevestigde communicatie-media en het onderwijs. Linksisten, met name die van het overgesocialiseerde type, komen meestal niet tegen deze principes in opstand maar rechtvaardigen hun vijandigheid jegens de samenleving door te stellen (niet geheel ten onrechte) dat de samenleving zich niet aan deze principes houdt.

29. Hier volgt een voorbeeld van de wijze waarop de overgesocialiseerde linksist duidelijk blijk geeft van zijn verbondenheid met de geldende normen in onze samenleving, terwijl hij juist pretendeert ertegen in opstand te komen. Veel linksisten staan achter positieve actie: zwarten aan goede banen helpen, het onderwijs op zwarte scholen verbeteren en meer subsidie geven aan zulke scholen. De manier waarop de zwarte ‘onderklasse’ leeft, beschouwen ze als een schande voor de maatschappij. Ze willen de zwarte mens integreren in het systeem, zorgen dat hij directeur wordt, of advocaat, of wetenschapper, net als de blanken uit de hogere middenklasse. De linksisten zullen hier tegenin brengen dat dat wel het laatste is wat ze willen, van de zwarte mens een kopie van de blanke maken; integendeel, ze willen juist de Afro-Amerikaanse cultuur behouden. Maar waaruit bestaat dit streven naar behoud van de Afro-Amerikaanse cultuur? Uit nauwelijks meer dan het eten van gerechten uit de zwarte keuken, het luisteren naar zwarte muziekstijlen, het dragen van zwarte kledingstijlen en het bezoeken van zwarte kerken of moskeeën. Met andere woorden, het mag zich slechts uiten in bijkomstigheden. Gaat het echter om ESSENTIËLE kwesties, dan willen de linksisten van het overgesocialiseerde type dat de zwarte mens zich aanpast aan de idealen van de blanke middenklasse. Ze willen dat hij technische vakken studeert, leidinggevende wordt of wetenschapper, dat hij zijn leven wijdt aan het beklimmen van de status-ladder, om te bewijzen dat zwarten net zo goed zijn als blanken. Ze willen dat zwarte vaders ‘verantwoordelijkheid’ dragen; ze willen dat zwarte straatbendes geweldloos worden, enzovoorts. En dat zijn precies de waarden van het industrieel-technologisch systeem. Het laat het systeem volkomen koud naar wat voor muziek iemand luistert, wat voor kleren iemand draagt of wat voor geloof iemand aanhangt, zolang hij maar naar school gaat, een goede baan heeft, carrière maakt, een ‘verantwoordelijke’ ouder is, geweldloos is en ga zo maar door. Hoezeer hij het ook zal ontkennen, in feite wil de overgesocialiseerde linksist de zwarte mens integreren in het systeem en hem de waarden van dat systeem opleggen.

30. We willen zeker niet beweren dat linksisten, zelfs die van het overgesocialiseerde type, NOOIT in opstand komen tegen de fundamentele waarden van de samenleving. Dat doen ze soms duidelijk wel. Sommige overgesocialiseerde linksisten zijn zelfs in opstand gekomen tegen een van de voornaamste principes van de huidige samenleving, door lichamelijk geweld te gebruiken. Naar eigen zeggen is geweld voor hen een vorm van ‘bevrijding’. Met andere woorden, door geweld te gebruiken ontdoen ze zich van het psychologisch keurslijf dat hen is aangemeten. Omdat ze overgesocialiseerd zijn, is dit keurslijf voor hen knellender dan voor anderen; vandaar hun behoefte zich eruit te bevrijden. Maar gewoonlijk rechtvaardigen ze hun rebellie met een beroep op algemeen gangbare waarden. Als ze geweld gebruiken, doen ze dat onder het mom van het bestrijden van racisme of iets dergelijks.

31. We realiseren ons dat er vele bezwaren zijn aan te voeren tegen bovenstaande ruwe schets van de linksistische psychologie. De werkelijke situatie is complex, en een enigermate volledige beschrijving zou ettelijke boekdelen vergen, als de daartoe benodigde gegevens al beschikbaar zouden zijn. We hebben slechts ruwweg aangegeven wat de twee belangrijkste tendensen zijn binnen de psychologie van het moderne linksisme.

32. De problemen van de linksist weerspiegelen de problemen van onze samenleving als geheel. Gebrek aan zelfrespect, depressieve neigingen en defaitisme beperken zich niet tot links. Hoewel deze problemen vooral opvallen bij links, zijn ze wijdverbreid in de gehele maatschappij. Nog nooit was de socialisering zo ver doorgevoerd als in de huidige samenleving. We krijgen zelfs van deskundigen te horen hoe we moeten eten, hoe we moeten sporten, hoe we de liefde moeten bedrijven, hoe we onze kinderen moeten grootbrengen, en ga zo maar door.

Uit: Ted Kaczynski, De industriële samenleving en haar toekomst (1996).

Additional Info

N-SA

  • Over Ons
  • Meedoen
  • This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.
  • +32(0)476/39.83.66
  • Inloggen

Info

Web 2.0

Hou het laatste nieuws bij!

RSSFacebookTwitter