Solidarisme.be

twitter 64x64rss 64x64facebook 64x64

Home

Monday23 October 2017

Sunday, 13 September 2015 21:30

Europese autarkie en remigratie!

Written by 

Dat de stad voldoende levensmiddelen moet hebben

De plaats die voor de te bouwen stad gekozen is, moet niets slechts van die aard zijn dat zij de gezondheid van de bewoners koestert; zij moet ook ten behoeve van de voedselvoorziening voldoende vruchtbaar zijn. Voor een mensenmenigte is het immers niet mogelijk om daar te wonen waar een levensmiddelenvoorraad niet voorhanden is. Vandaar dat, zo bericht Vitruvius, toen de zeer bekwame architect Dinocrates aan Alexander van Macedonië uitgelegd had dat een voortreffelijk vormgegeven stad op een bepaalde berg gebouwd kon worden, de laatste zou hebben geantwoord of er velden waren die de stad van voldoende graan zouden kunnen voorzien, en dat toen hij ervoer dat de plaats in dit opzicht gebrekkig was, hij geantwoord zou hebben laakbaar te zijn, indien hij op een dergelijke locatie een stad zou bouwen. Want zoals een pasgeboren kind niet gevoed en evenmin tot groei bewogen kan worden zonder de melk van zijn voedster, zo kan ook een stad zonder rijke voedselvoorraad geen omvangrijke bevolking hebben.

Nu zijn er twee wijzen waarop een stad over een ruime hoeveelheid levensmiddelen kan beschikken. De ene, die al genoemd is, doordat de streek zo vruchtbaar is dat deze meer dan genoeg voortbrengt van al wat voor het menselijke leven noodzakelijk is; de andere, doordat zij gebruikmaakt van de handel, waardoor de levensbenodigdheden uit verschillende landsdelen naar de stad gebracht worden. Nu kan duidelijk bewezen worden dat de eerste wijze geschikter is. Want iets is des te waardiger, naarmate het zichzelf meer kan bedruipen, daar dat wat iets nodig heeft, aantoont gebrekkig te zijn. Nu bedruipt de stad die door de omliggende streek voldoende in levensbenodigdheden voorzien wordt, zichzelf meer dan de stad die het nodig heeft om deze door de handel van buitenaf te betrekken. Derhalve bezit een stad meer waardigheid wanneer zij voldoende levensmiddelen verkrijgt uit de eigen streek, dan wanneer zij door handelaren in een voldoende hoeveelheid voorzien wordt. Dit schijnt ook veiliger te zijn, omdat de aanvoer van levensmiddelen en de bereikbaarheid voor handelaren gemakkelijk kan worden belemmerd door de onzekere uitkomst van oorlogen en de verschillende gevaren van de weg, en aldus zou de stad door gebrek aan levensmiddelen onderworpen kunnen worden. Bovendien is dit nuttiger voor het maatschappelijke leven, want de stad die voor haar instandhouding handelaren hard nodig heeft, zal de voortdurende aanwezigheid van buitenlanders moeten dulden. Maar volgens de leer van Aristoteles in zijn Politeia bederft de omgang met buitenlanders in hoge mate de zeden van de burgers. Want het is onvermijdelijk dat buitenlanders, die onder andere wetten en gewoonten grootgebracht zijn, in veel gevallen op een andere wijze zullen handelen dan de burgers gewoon zijn, en aldus, daar de burgers door hun voorbeelden aangezet worden om op gelijke wijze te handelen, wordt het maatschappelijke leven verstoord.

Ook wordt de deur geopend voor tal van vergrijpen, indien de burgers zich op handel toeleggen. Daar immers het streven van kooplui vooral op winst gericht is, slaat door het drijven van handel hun hebzucht over naar de harten van de burgers. Hierdoor gebeurt het dat alles in de stad verhandelbaar zal worden, het vertrouwen zal worden ondermijnd en de plaats aan list en bedrog ten prooi valt; met geringschatting van het publieke goede legt eenieder zich toe op het eigen voordeel, en het streven naar deugdzaamheid zal staken, daar de eer, de beloning van de deugd, aan de rijken zal toekomen. Vandaar dat in een dergelijke stad het maatschappelijke leven noodzakelijkerwijze zal bederven.

Nu is het drijven van handel ook schadelijk voor het krijgskundige bedrijf. Want handelaren zijn van arbeid vrijgesteld en koesteren hun ledigheid, en omdat zij genieten van al wat de zinnen streelt, worden zij weekhartig en worden hun lichamen gebrekkig en ongeschikt voor de werkzaamheden van de soldaat. Vandaar dat het burgerlijke recht soldaten verbiedt handel te drijven. Tenslotte is die stad vreedzamer, waarvan het volk minder vaak samenkomt en minder binnen de muren van de stad verblijft. Want het veelvuldig te koop lopen van mensen schept gelegenheid voor twisten en reikt de stof aan voor oproer. Vandaar dat het, overeenkomstig de leer van Aristoteles, voordeliger is dat het volk van de stad op de velden bezig is dan dat het zich voortdurend binnen de muren van de stad ophoudt. Maar indien de stad de handel toegewijd is, is het bijzonder belangrijk dat de burgers in de stad blijven en daar hun handel drijven. Het is derhalve beter dat de eigen akkers toereikend zijn voor de levensmiddelenvoorraad van de stad dan dat zij geheel en al aan de handel overgeleverd is.

Toch is het ook niet juist om kooplui geheel en al uit de stad te weren, omdat het niet gemakkelijk is om een plaats te vinden die alle levensbenodigdheden zo in overvloed heeft dat zij sommige waren niet van elders hoeft te betrekken. En ook, mocht die plaats van alle bepaalde dingen meer dan genoeg hebben, dan zou het nadelig zijn indien het teveel niet door handelaren naar andere plaatsen vervoerd zou kunnen worden. Vandaar dat de volkomen stad zich met mate van handel zal moeten bedienen.

Thomas van Aquino (ca. 1267/1997). Over het koningschap. Kampen: Kok Agora, pp. 143-145.

N-SA

  • Over Ons
  • Meedoen
  • This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.
  • +32(0)476/39.83.66
  • Inloggen

Info

Web 2.0

Hou het laatste nieuws bij!

RSSFacebookTwitter