Solidarisme.be

twitter 64x64rss 64x64facebook 64x64

Home

Monday25 September 2017

Thursday, 15 October 2015 09:21

Sociologie van het populisme

Written by 

Noot van de vertaler: voor de rest van dit (radio-)interview kunt u op “Lees meer” klikken.

[Peter] KapernZegt u nu, meneer Bude, dat er een punt bestaat waarop de systeemkritiek die u vastgesteld en omschreven hebt ook voor het systeem gevaarlijk kan worden?

[Heinz] Bude: Ze kan gevaarlijk worden als ze aansluiting vindt bij diegenen over wie we nu helemaal niet gesproken hebben, en die een soort nieuwe klasse van werkende armen [neue Proletarität, n.v.d.v.] in de Duitse maatschappij vormen. Ik zou hen het proletariaat van de diensteneconomie noemen. Dat zijn de mensen die uw pakketten aan huis bezorgen. Zij hebben het gevoel dat hun prestaties niet opwegen tegen het geld dat ze maar verdienen en de sociale erkenning die ze maar krijgen. Dat zijn meestal mensen die niet stemmen, die zich helemaal niet voor politiek interesseren. Als zij zich verbinden met de ontgoochelden en verbitterden uit de middenklasse van de Duitse maatschappij en in feite de boodschap meekrijgen dat ons een verkeerd beeld van de Duitse maatschappij wordt voorgehouden, dat we géén sterke maatschappij zijn, dat we géén uiterst succesvolle maatschappij zijn, maar wel een maatschappij die mensen beledigt en met voeten trapt, en als zich dan een autoritaire rebel, zoals ik hem juist genoemd heb, als spreekbuis aandient – “ik spreek voor jullie en ik weet waar het op staat” – dan vrees ik dat er een potentieel is van zeker 25%, wanneer men het proletariaat van de diensteneconomie zou meerekenen. Iets van dezelfde omvang als het Franse Front National.

Bron: Deutschlandfunk

“We hebben een stabiel verbitteringsmilieu”

[Peter] Kapern: Meneer Bude, welk deel van middenklasse neigt naar het extreemrechtse kamp?

[Heinz] Bude: Ik denk dat er in de middenklasse van onze maatschappij iets leeft wat ons nog niet zo heel duidelijk is geworden. We hebben namelijk zeer veel verbittering in de middenklasse van onze maatschappij. Ik zou ronduit kunnen zeggen dat we een ‘verbitteringsmilieu’ hebben, dat relatief stabiel is. Ik spreek van ongeveer 10% van de bevolking. Dat zijn mensen die niet noodzakelijk werkloos zijn geworden. Dat zijn doorgaans mensen die relatief hoogopgeleid zijn, die zelfs van zichzelf beweren een open wereldbeeld te hebben, maar die geplaagd worden door een diepgeworteld gevoel dat ze in hun leven onder hun mogelijkheden zijn gebleven vanwege omstandigheden die ze zelf niet hebben kunnen controleren.

Denkt u bijvoorbeeld aan een 52-jarige ingenieur die in de onderzoeks- en ontwikkelingsafdeling van een autotoeleverancier werkt, en die van een 35-jarige te horen krijgt wat hij moet doen en laten, en door hem misschien in een andere groep geplaatst wordt. Kortom, daar gaat het helemaal niet om mensen die quasi aan de rand van de sociale afgrond staan, maar wel om mensen die het gevoel hebben “mij overkomen erge dingen” waarover niemand in het openbaar spreekt. Dat zijn ook mensen die haast – hoe zegt men dat in de gewone taal? – “uit hun vel springen” als ze horen dat het in Duitsland zo goed gaat, dat er zoveel nieuwe banen worden gecreëerd en dat we een productiemodel hebben dat uniek is in Europa.

Al die mensen zeggen: dat klopt toch allemaal niet, dat is één groot leugendiscours, het zijn de media en de politiek die niet toelaten dat de werkelijkheid getoond wordt, en dan steken ze ook nog de handen uit de mouwen voor mensen die naar ons land willen komen, en over wie men zich niet eens afvraagt: hebben die daar wel recht toe, willen die ons eigenlijk niet alleen pluimen? Dus bijna een soort van existentiële nijd die zegt: over mijn situatie spreekt niemand, maar ze steken wel de handen uit de mouwen voor mensen van wie we helemaal niet weten wat ze in ons land van plan zijn.

Haat is legitieme uiting van de publieke opinie geworden

Kapern: De enen zeggen: Meneer Bude, de mensen die u zojuist beschreven hebt, worden door haat gedreven. Anderen duiden zulke mensen aan als woedende burgers. Is er een verschil?

Bude: Ja, er is een heel groot verschil. Ik denk dat de leer der affecten [geuite emoties, n.v.d.v.] natuurlijk altijd een beetje onduidelijk is in haar terminologie. Maar laten we het belangrijke verschil maken tussen woede en haat. Woede is een collectief fenomeen. We kennen dat eigenlijk uit de lange geschiedenis van de arbeidersbeweging. Als men woedend is over onrechtvaardige verhoudingen, kan men als collectief bijeenkomen en zeggen: “daartegen staan we op”, dikwijls zelfs met de bijgedachte “we zijn weliswaar op dit ogenblik de laatsten, maar er zal een dag komen waarop we de eersten zullen zijn”.

Haat is individueel. Haat duikt als het ware op. Haat is iets wat u in een haatuiting kenbaar kunt maken (bijvoorbeeld op het net) en dan verdwijnt u steeds weer achter die uiting. Internationaal noemen we dat “hate speech” en het is een interessant fenomeen dat de categorie van de haat ondertussen, zo u wilt, sociaal aanvaardbaar is geworden. Er is in Berlijn een magazine dat “Hate” heet. Het noemt zich een “magazine voor levensstijl en sociale relevantie”. Het is van eerder linkse signatuur, maar het is interessant dat de categorie “haat” tot een mogelijke uiting, een legitieme uiting van de publieke opinie kan worden en dat men kan zeggen dat die haat toch ook ooit – en nu komt de belangrijke categorie – op het systeem zelf moet worden geprojecteerd. De individuele mens die het gevoel heeft dat hem onrecht is aangedaan, dat hij altijd onder zijn mogelijkheden is gebleven, dat over zijn problemen niet gesproken wordt, die werkt zich in de kijker met haat tegen een systeem, waarvan hij zegt: het interesseert hen toch helemaal niet wat er met mij eigenlijk scheelt.

Een ontheemd onbehagen waart door de maatschappij

Kapern: En toch, meneer Bude, bij die ingenieur over wie u in uw voorbeeld gesproken hebt, krijgt men de indruk dat hij als het ware door een rondwarende haat gedreven is. Die indruk hebben wij in ieder geval bij Deutschlandfunk, bij vele media leeft hij, omdat de brute afwijzing van de journalistiek, die ook met het begrip “leugenpers” gepaard gaat, steeds weer tegen andere actuele thema’s wordt gericht, steeds weer in eigen thematische contexten opduikt. Nu eens is het de steun aan Vladimir Poetin, dan weer is het de homofobie die uit de brieven van luisteraars naar voren komt en nu is het de vreemdelingenhaat. Kan men hem echt tot een systeemkritiek ontwikkelen, die rondwarende haat?

Bude: Ik zou zeggen dat de systeemkritiek dan altijd samen met die haatuitingen opduikt. Het is echter – in zoverre hebt u gelijk – zoiets als een onbestemd gevoel van onbehagen dat door de maatschappij waart. Onbestemd, omdat er geen collectief aanspreekpunt voor dat onbehagen is. Er is geen spreker die onder woorden brengt: dit is een probleem waarover een publiek debat moet worden gevoerd. Dan kan als positief worden beschouwd, want we hebben op dit moment geen autoritaire rebel die zegt: ik ken jullie problemen, ik spreek voor jullie en de anderen weten helemaal niet wat jullie scheelt. Dat komt overeen met het Haider-fenomeen. Haider is daarmee zeer groot geworden in Oostenrijk. Dat hebben wij in Duitsland niet, dat is zeer aangenaam. Er is echter dat, zoals u noemt, rondwarende gevoel dat zich dikwijls ook – en daarom spreek ik van systeemkritiek – met merkwaardige antikapitalistische motieven vermengt. Dat is het geval bij dat merkwaardige poetinisme dat in Duitsland een rol speelt en bij dat idee dat men het land ook moet verdedigen tegen iets wat niet alleen van buitenaf komt, maar ook tegen iets wat het van binnenuit kapotmaakt. Namelijk de media. Namelijk de systeempolitiek.

Kapern:  Zegt u nu, meneer Bude, dat er een punt bestaat waarop de systeemkritiek die u vastgesteld en omschreven hebt ook gevaarlijk voor het systeem kan worden?

Bude: Ze kan gevaarlijk worden als ze aansluiting vindt bij diegenen over wie we nu helemaal niet gesproken hebben, en die een soort nieuwe klasse van werkende armen [neue Proletarität, n.v.d.v.] in de Duitse maatschappij vormen. Ik zou hen het proletariaat van de diensteneconomie noemen. Dat zijn de mensen die uw pakketten aan huis bezorgen. Zij hebben het gevoel dat hun prestaties niet opwegen tegen het geld dat ze maar verdienen en de sociale erkenning die ze maar krijgen. Dat zijn meestal mensen die niet stemmen, die zich helemaal niet voor politiek interesseren. Als zij zich verbinden met de ontgoochelden en verbitterden uit de middenklasse van de Duitse maatschappij en in feite de boodschap meekrijgen dat ons een verkeerd beeld van de Duitse maatschappij wordt voorgehouden, dat we géén sterke maatschappij zijn, dat we géén bijzonder succesvolle maatschappij zijn, maar wel een maatschappij die mensen beledigt en met voeten trapt, en als zich dan een autoritaire rebel, zoals ik hem juist genoemd heb, als spreekbuis aandient – “ik spreek voor jullie en ik weet waar het op staat” – dan vrees ik dat er een potentieel is van zeker 25%, wanneer men het proletariaat van de diensteneconomie zou meerekenen. Iets van dezelfde omvang als het Franse Front National.

Bron: Deutschlandfunk

N-SA

  • Over Ons
  • Meedoen
  • This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.
  • +32(0)476/39.83.66
  • Inloggen

Info

Web 2.0

Hou het laatste nieuws bij!

RSSFacebookTwitter