De topministers van de federale regering bogen zich woensdagmorgen opnieuw over de GAS-boetes. Gemeenten kunnen die opleggen in de strijd tegen overlast. Waarschijnlijk zal de discussie vrijdag volledig afgerond zijn, zo bleek uit verklaringen van verschillende vicepremiers na afloop van de vergadering.

Over de verhoging van de maximumboetes bereikte het kernkabinet een akkoord. Ook lijkt er eensgezindheid dat gemeenten de mogelijkheid zullen krijgen om minderjarigen vanaf veertien jaar op de vingers te tikken. Momenteel ligt de leeftijdsgrens nog op zestien jaar. Volgens Open VLD-vicepremier Vincent Van Quickenborne moeten de modaliteiten nog worden bekeken. ‘Gaan we de gemeenten dat zelf laten beslissen of doen we dat op niveau van de politiezone?’

Ouders ook betrekken

Het is ook de bedoeling dat gemeenten aan overtreders een plaatsverbod zullen kunnen opleggen. Volgens minister van Binnenlandse Zaken en CDH-vicepremier Joëlle Milquet moet nog worden uitgeklaard of dat verbod één dan wel drie maanden zou gelden. Een andere vraag draait volgens SP.A-vicepremier Johan Vande Lanotte rond het al dan niet onmiddellijk innen van de boete.

Hun liberale collega Van Quickenborne stelde dat het idee van de ouderlijke betrokkenheid op tafel ligt, ‘waarbij we ouders de mogelijkheid geven om samen met de jongeren en het stadsbestuur preventief te werken, mensen tot de orde te roepen, om op die manier het gedrag te verbeteren en eventueel de boete te vermijden’.

Bij de gemeenten zijn er vragen over de financiering. In principe zouden de “bemiddelaars” of “sanctionerende ambtenaren” kunnen worden gefinancierd dankzij de inning van de administratieve boetes. Aan twee ambtenaren per politiezone zou sprake zijn van zowat 400 ambtenaren, ofwel een bedrag van zestien miljoen euro.

Bron: De Standaard