Solidarisme.be

twitter 64x64rss 64x64facebook 64x64

Home

Thursday17 August 2017

Wednesday, 04 March 2015 15:18

It's the EU, stupid!

Written by 

Hoe is het zo ver kunnen komen dat er nauwelijks ruimte is voor loonsverhoging, vraagt Olivier Pintelon van denktank Poliargus zich af. Er was immers een tijd waarin loonkost nauwelijks een issue was. (“Nauwelijks ruimte voor loonsverhoging en loonkost werd een probleem: hoe is het zo ver kunnen komen?”, Knack, 3 februari 2015)

De auteur, een jonge academicus, heeft de verdienste dat hij zich afvraagt waarom loonkosten pas de laatste jaren zo een heet hangijzer zijn geworden (de belangrijkste vragen zijn altijd die welke niét in een discussie gesteld worden). Maar zoals veel academici, die bekendstaan om hun eindeloze specialisatiedrang (om niet te zeggen vakidiotie), ziet ook hij door de bomen het bos niet meer. Hij komt in de rest van het artikel zelfs niet eens meer terug op zijn initiële vraag.

De fundamentele reden waarom “loonbeleid” (lees: loonmatiging), maar ook “arbeidsmarktbeleid” (lees: flexibilisering) en “structurele hervormingen” zo hoog op de sociale en politieke agenda genoteerd staan is nochtans overduidelijk: alle andere beleidsinstrumenten zijn allang overgedragen aan de supranationale Europese Unie. En de onderhandelings- en beleidsruimte van de nationale politici en de sociale partners wordt met elke nieuwe bevoegdheidsoverdracht krapper. De nationale staten beschikken enkel nog over de loon- en de prijspolitiek als zogenaamde conjunctuurinstrumenten, maar niet meer over het monetaire beleidsinstrument van een eigen munt (vervangen door de euro) of over het budgettaire beleidsinstrument van een eigen begroting (onderworpen aan de Maastricht-normen, het Stabiliteits- en Groeipact en het Begrotingspact). De nationale begrotingen zijn sinds het Begrotingspact van 2013 onderworpen aan een strikte controle door de Europese Commissie, hoewel Frankrijk en Duitsland zelf jarenlang de Europese begrotingsdiscipline aan hun laars gelapt hebben (cf. “Schending stabiliteitspact blijft zonder sanctie”, NRC, 25 november 2003).

Blijven dus enkel nog over: de instrumenten die de aanbodkant van de economie beïnvloeden, wat perfect strookt met de rol die volgens het neoliberalisme weggelegd is voor de overheid (of wat daar nog van rest). Concreet: het technologie- en innovatiebeleid, het milieubeleid, het arbeidsmarktbeleid, het deregulerings- en privatiseringbeleid, het exportbevorderingbeleid (cf. “Conjunctuur- en structuurbeleid”, NRC, 26 november 2002). Exportbevorderingbeleid is op zich al een sterk ingeperkte versie van een handelsbeleid, dat in Europa allang niet meer op bilaterale wijze tot stand komt maar wel door grote multilaterale vrijhandelsrondes (in het kader van de Wereldhandelsorganisatie) en de Europese verdragen wordt bepaald. Al die gekozen (neoliberale) opties hebben ons afhankelijk gemaakt van ondoorzichtige trans-nationale bureaucratieën die, net zoals de grootbanken, too big to fail lijken en ook veel te log zijn om in te spelen op snelle veranderingen (zoals conjunctuurschommelingen) of om een gedifferentieerd handels- en geldbeleid te kunnen voeren.

Kortom, het loutere bestaan van de Europese Unie zet een neerwaartse druk op de lonen. Daarmee is de initiële vraag beantwoord of op zijn minst het begin van een antwoord gegeven. Maar dat was voor Pintelon blijkbaar een te duidelijk antwoord op zijn voor het overige geheel terechte vraag.

N-SA

  • Over Ons
  • Meedoen
  • This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.
  • +32(0)476/39.83.66
  • Inloggen

Info

Web 2.0

Hou het laatste nieuws bij!

RSSFacebookTwitter