Solidarisme.be

twitter 64x64rss 64x64facebook 64x64

Home

Thursday21 September 2017

Sunday, 13 September 2015 22:38

Liever een Waalse verzetsman, dan een Vlaamse collaborateur!

Written by 

Protéger son pays d'une invasion n'est pas du racisme ni de la xénophobie mais du patriotisme.

Freddy Delvaux, PS-gemeenteraadslid, Sambreville.

De Franstalige socialisten worden er niet graag aan herinnerd, maar ook zij hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog gecollaboreerd met de Duitse bezetter. Het gaat dan nog niet eens om de families Onkelinx of (zelfs) Happart, die weliswaar gecollaboreerd hebben, maar niet uit een socialistische overtuiging. (De Onkelinxen en de Happarts deden dat overigens niet aan de Waalse, maar aan de Vlaamse kant gezien hun Limburgse wortels.)

Bekend is natuurlijk vooral de collaboratie van Hendrik (“Henri”) De Man (1885-1953), boegbeeld van de rechtervleugel van de toenmalige Belgische Werkliedenpartij (BWP). De Man was echter geen Waal, maar een Antwerpenaar. Neen, voor de meest Duits- en Europeesgezinde socialistische collaborateurs uit Wallonië moest men zijn bij de AGRA (“Amis du Grand Reich allemand”, in 1942 omgedoopt tot “Mouvement socialiste wallon”), zowat de tegenhanger van het katholieke Rex. Minder bekend is ook dat heel wat Belgische trotskisten zodanig ontgoocheld vanuit de Spaanse Burgeroorlog (1936-‘39) teruggekeerd waren dat ze later maar wat graag aan het Oostfront tegen Vadertje Stalin gingen vechten.

Als PS-voorzitter Elio Di Rupo vandaag dus zegt dat er geen plaats is voor “racisten” in zijn partij, dan is dat minder vanzelfsprekend dan het lijkt. Er is het natuurlijk het oorlogsverleden van zijn partij om te beginnen, maar met een senator als Edmond Picard (1836-1924) had de BWP voordien al een van de grootste “racisten” van het land en van zijn tijd in haar rangen (alsook de eerste zelfverklaarde nationaalsocialist van België). Er rest de (Franstalige) socialisten dus niets anders dan te doen wat alle weldenkenden doen wanneer ze met een ongemakkelijke waarheid geconfronteerd worden: verzwijgen wat niet kan worden verdraaid of vervalst.

Vandaag wordt België opnieuw geconfronteerd met een invasie en een bezetter, alleen lijken de rollen omgekeerd (niet dat de socialisten het collaboreren verleerd hebben, integendeel!). Enerzijds is er de fysieke bezetter in de persoon van de immigrant (asielzoeker, vluchteling enz.) die komt en zich hier nestelt. Anderzijds is er de politieke bezetter in de gedaante van (alweer) Duitsland. De PS, die dit land decennialang op alle niveaus (inclusief Europees) meebestuurd heeft, is dus in alle opzichten een collaborateurspartij. Het maakt daarbij niet uit of de bevelen vanuit Duitsland racistisch dan wel “antiracistisch” zijn, het blijven immers bevelen vanuit Duitsland en de collaborateurs de slaafse uitvoerders ervan. Net zomin veranderen de aard van de bezetter en die van de bezetting iets aan het feit van de bezetting zelf. En net zomin verandert de aard van de invaller en de wijze waarop hij binnenvalt iets aan het feit van de inval.

Aldus stelt zich ook de vraag tot wie de PS-voorzitter zijn boodschap eigenlijk richt of, beter, zou moeten richten. Zijn de zogenaamde racisten van vandaag immers niet de landsverdedigers en verzetslui van gisteren? En zijn de zogenaamde antiracisten niet de nieuwe landverraders en collaborateurs? Let op: zogenaamd, want er bestaat geen mens of hij heeft wel een raciale en etnische aanhorigheid (zelfs de halfbloed). Er bestaat immers niet zoiets als een rasloze mens, zoals er ook niet zoiets als een geslachtsloze mens bestaat of een wortelloze boom. En dus kan het antiracisme niets anders zijn dan een omgekeerd racisme: gericht tegen het bestaan van mensenrassen op zich (en diversiteit in het algemeen) en/of gericht op de belangenbehartiging van de reeds genoemde fysieke bezetters. Niet alleen racisme is voor of tegen iemand gericht, ook het antiracisme is dat!

Sommigen zullen nu denken: hoe durft u die vreedzame vluchtelingen te vergelijken met een militaire agressor? Of in dezelfde denktrant: hoe durft u wetten van een militaire bezetter te vergelijken met die van een supranationale bureaucratie, die “we” zelf democratisch gecreëerd hebben? Het antwoord op die laatste vraag valt helaas buiten het bestek van dit korte artikel. Men moet zich ook afvragen of degene die zich die vraag stelt niet reeds al te ver heen is om ooit weer bij zijn positieven te komen. Laten we echter kort besluiten met de woorden van Walter Ulbricht (1893-1973), de “eerste onder de gelijken” van de DDR: “Es soll demokratisch aussehen, aber wir müssen alles in der Hand haben”. Er zijn manieren genoeg om een democratische façade op te trekken ...

Het antwoord op de eerste vraag is gelukkig eenvoudiger: een oorlog behoeft geen oorlogsverklaring en zelfs geen leger om een oorlog te zijn. Een burgeroorlog is immers evengoed een oorlog als een klassieke oorlog en dikwijls zelfs erger en wreder dan een klassieke, juist omdat er geen – of niet alleen – (reguliere) legers in meevechten. Dat de vluchtelingen die nu ongecontroleerd binnenstromen ongewapend zijn, is overigens geen reden tot geruststelling. Bewapening is immers maar een kwestie van tijd. Georganiseerd waren ze al vóór ze hierheen kwamen, en wel om hier te kunnen komen.

Beleven we nu wat tussen 1939 en 1940 de “Schemeroorlog” werd genoemd?

Additional Info

N-SA

  • Over Ons
  • Meedoen
  • This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.
  • +32(0)476/39.83.66
  • Inloggen

Info

Web 2.0

Hou het laatste nieuws bij!

RSSFacebookTwitter